| Leerresultaten | De opleiding audiovisuele kunst leidt op tot filmregisseurs en scenaristen. De opleiding sluit aan bij de bacheloropleiding in audiovisuele kunsten en is er tegelijk een verdieping van. De richtingen die studenten kunnen uitgaan, betreffen zowel: - animatiefilm - fictiefilm - documentaire film - experimentele film Doelstelling en eindtermen De master in audiovisuele kunsten is in staat authentiek audiovisueel werk te maken of te ontwerpen dat voorkomt uit het volgen van een eigen, gefundeerde visie. Daarom wordt van masterstudenten verwacht dat zij: - zelfstandig adequate vragen en antwoorden formuleren en oplossingen aanreiken die leiden tot de realisatie van betekenisvol audiovisueel werk. Dat audiovisueel werk dient te getuigen van een persoonlijk en artistiek vernieuwend karakter en van gevorderde technische en productionele competenties - individuele beslissingen die hen leiden in hun artistiek ontwikkelingsproces, kunnen expliciteren en evalueren in het licht van alternatieve mogelijkheden en keuzen en dat ze deze kunnen beoordelen naar hun artistieke en culturele relevantie - zich zelfstandig verder kunnen ontwikkelen en verdiepen en dat ze een inspirerende en functionele werksituatie voor zichzelf kunnen opzetten en in stand houden - met specialisten kunnen communiceren over de eigen visie, het eigen werk en werkproces - beschikken over gevorderde kennis en inzicht in audiovisuele productieprocessen en in actuele vraagstukken van de audiovisuele kunst Onderwijskader Deze competenties verwerft de student door middel van een onderwijs- en leerkader dat kenmerkend is voor hoger kunstonderwijs. De masteropleiding ontwikkelt een grote dynamiek tussen wat de student zelf inbrengt en wat de opleiding aanbiedt. Via lezingen seminaries, workshops en discussiegroepen confronteert de opleiding master in audiovisuele kunsten de student met een spectrum aan ideeën en posities die in het hedendaagse debat over de audiovisuele kunsten aan de orde zijn. Anderzijds zet de student, binnen de ateliers en in de meesterproef, zijn eigen kennis, vaardigheden, motivatie en ambitie daartegenin. De evaluatie gebeurt aan de hand van een meesterproef. De meesterproef bestaat uit de realisatie van een kortfilm of ander audiovisueel werk en de presentatie ervan aan een jury van specialisten. In het kader van de meesterproef maken studenten bovendien een scriptie waarin het gerealiseerde en gepresenteerde werk schriftelijk geëxpliciteerd. Hierin documenteert en evalueert de student: - eigen werkwijzen - bronnen, methodes en processen - artistieke doelen - theoretische uitgangspunten - ontwikkeling van het audiovisueel denken en handelen - historische context en de relatie tot de algemene cultuur en de audiovisuele cultuur. |
|---|