| Leerresultaten | Deze mastersopleiding leidt op tot een polyvalente ingenieur die werkt aan alle aspecten van bio-engineering in het domein land- en tuinbouw:
- het biotechnische ontwerp,
- het productieproces in een natuurlijke omgeving,
- het operationele bedrijfsbeheer en de nazorg.
Hij heeft de academische competenties verworven van zelfgestuurd leren. Hij beschikt over de nodige creativiteit, onderzoeksmethodologie en kennis om een onderzoeksvraag op te lossen en over de oplossing te communiceren.
Studenten die deze opleiding met succes afronden, hebben de volgende competenties verworven:
- Beheersing op gevorderd en praktisch niveau van de sector landbouw, zijnde de primaire economische sector (plantaardige en dierlijke voedselproductie) en de mede bepalende factor van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied.
- Op zelfstandige wijze een veeteelt- en/of akkerbouwproject in al zijn aspecten ontwerpen, opstarten en er leiding over geven.
- Biotechnische problemen oplossen, rekening houdend met de vereisten van een economische, veilige en milieubewuste uitbating en met voedselveiligheid.
- Vermogen om op een wetenschappelijke wijze te denken en te handelen.
- Vermogen tot oordeelsvorming in een onzekere context en met complexe problemen, dit in een multidisciplinaire omgeving.
- Beheersing van algemene wetenschappelijke competenties en diepgaande kennis eigen aan de landbouwwetenschappen op een gevorderd niveau en van methoden en technieken in het landbouwkundig onderzoek.
- Vermogen om informatie te verwerven en te verwerken en tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen zowel aan specialisten als aan leken.
- Beheersing van de algemene en specifieke beroepsgerichte competenties nodig voor de zelfstandige aanwending van wetenschappelijke kennis op het niveau van een beginnende ingenieur.
- Competentie van zelfgestuurd leren.
- Alle bijkomende eindtermen zoals vermeld in artikel 57§2-3° van het decreet betreffende de herstructering van het hoger onderwijs in Vlaanderen
|
|---|