| Algemene informatie | |
|---|---|
Graad en kwalificatie ![]() |
Bachelor in de logopedie en de audiologie |
Academiejaar
|
2010 - 2011 |
| Soort opleiding | Professioneel gerichte bachelor |
Studieomvang ![]() | 180 studiepunten |
Onderwijsta(a)l(en) ![]() | Nederlands |
Studiegebied(en) ![]() |
|
Afstudeerrichting(en)
![]() |
|
Instelling ![]() | Lessius Antwerpen |
| Opleidingslocatie(s) | Antwerpen |
| Extra informatie | |
|---|---|
Graad en kwalificatie ![]() |
Bachelor in de logopedie en de audiologie |
Instelling ![]() | Lessius Antwerpen |
Algemene informatie ![]() | Doelstellingen De bachelor in logopedie en audiologie, afstudeerrichting logopedie, leidt op tot logopedisten met toegang tot het beroep van logopedist. De bachelor in logopedie en audiologie, afstudeerrichting audiologie, leidt op tot audiologen met toegang tot het beroep van audioloog en audicien (gehoorsprothesist). Eindcompetenties Tijdens de opleiding verwerven de studenten de nodige competenties om het beroep van logopedist of audioloog te kunnen uitvoeren. Voor het bepalen van de beroepsspecifieke competenties volgen wij de inhoud van de opleidingsprofielen: - VLOR, studie 53, opleidingsprofiel logopedie: De taken van de logopedist zijn gericht op advies- en informatieverstrekking, diagnostiek, behandeling, beheer, research. Dit alles met betrekking tot communicatieproblemen: spraak- en taalproblemen ten gevolge van diverse oorzaken. - VLOR, studie 101, opleidingsprofiel audiologie: De taken van de audioloog zijn gericht op hulpverlening, preventie, advies- en informatieverstrekking, analyse en diagnose, bedrijfsbeheer en -verkoop, research, controle en onderhoud van hoortoestellen, bijscholing. Dit alles met betrekking tot gehoorproblemen. Voor het bepalen van de generieke (algemene) competenties baseren wij ons op 'Eindverslag van de werkgroep bamaprofielen van de associatie K.U.Leuven'. De professionele bachelor kan beroepsspecifiek redeneren, informatie zelfstandig en kritisch verwerken en verwerven, kristisch reflecteren, methodisch handelen, courante leidinggevende taken uitvoeren, in het Nederlands over beroepsspecifieke onderwerpen mondeling en schriftelijk communiceren. Hij heeft een ingesteldheid tot levenslang leren, hij kan teamgericht werken, hij kan oplossingsgericht werken en heeft besef van maatschappelijk verantwoordelijkheid. Dit alles gericht naar het beroep van logopedist of audioloog. Voor al deze functionele gehelen worden in de opleidingsprofielen de te leren kennis, vaardigheden en attitudes geformuleerd.
|
| Website opleiding | http://www.lessius.eu/stk/opleidingen.aspx |
| Inschrijvingen | http://www.lessius.eu/stk/inschrijvingen/inschr_waar.aspx |
| Doelstelling | |
|---|---|
Graad en kwalificatie ![]() |
Bachelor in de logopedie en de audiologie |
Instelling ![]() | Lessius Antwerpen |
| Leerresultaten | De competenties voor bachelor in de logopedie en de augiologie, afstudeerrichting logopedie zijn: Beroepsspecifiek kunnen redeneren. Beroepsspecifieke informatie zelfstandig en kritisch kunnen verwerven en verwerken. Kritisch kunnen reflecteren op het beroepsspecifieke functioneren. Geconfronteerd met ‘nieuwe’ beroepsspecifieke problemen door combinatie van bestaande oplossingen planmatig een eigen oplossing kunnen genereren/tot stand brengen of op externe deskundigheid een beroep kunnen/willen doen. Courante leidinggevende taken kunnen uitvoeren. In het Nederlands mondeling en schriftelijk over beroepsspecifieke onderwerpen kunnen communiceren met vertegenwoordigers van het eigen beroepenveld en met vertegenwoordigers van andere beroepenvelden. Inzicht hebben in de beperktheden van de eigen beroepsspecifieke competenties en de bereidheid om deze via het volgen van opleiding weg te werken. Met anderen in een internationale, multiculturele en/of multidisciplinaire beroepsomgeving kunnen samenwerken. Beroepsspecifieke inzichten kunnen gebruiken bij het planmatig oplossen van een grote variëteit aan authentieke (en dus complexe) professionele problemen/het uitvoeren van uiteenlopende en authentieke beroepsopdrachten in overeenstemming met beroepsspecifieke vereisten. Begrip en betrokkenheid hebben ontwikkeld m.b.t. ethische, normatieve en maatschappelijke vragen samenhangend met de toepassing van beroepsspecifieke inzichten en gebruiken. De student kan voorlichting geven aan werkers en studenten in de gezondheidszorg, welzijnszorg en onderwijs over logopedie in het algemeen en over ontstaan en instandhoudende factoren van stoornissen op logopedisch gebied, met als doel preventie en vroegtijdige onderkenning. De student kan voorlichting geven over het gebruik en de functie van stem, spraak, taal en gehoor bij spreekberoepen. De student kan voorlichting geven aan hulpvragers en hun omgeving over vraagstellingen ten aanzien van ontstaan en instandhoudende factoren van stoornissen op logopedisch gebied en mogelijkheden tot behandeling. De student kan voorlichtingsmateriaal ontwikkelen voor specifieke doelgroepen. De student kan mogelijke stoornissen op het vlak van stem, spraak, taal en gehoor vroegtijdig opsporen. De student kan personen screenen die op verzoek van ouders, leerkrachten, artsen of andere beroepsbeoefenaars worden aangemeld. De student kan de verwijzer en/of de gescreende personen en hun omgeving informeren omtrent het resultaat van de screening. De student kan een advies formuleren voor verder onderzoek. De student kan personen doorverwijzen naar een arts of andere hulpverlener. De student kan preventieve maatregelen evalueren. De student kan het individu sensibiliseren. De student kan groepen sensibiliseren. De student kan organisaties en overheid sensibiliseren. De student kan beleidsinstanties informeren. De student kan sociale groepen informeren i.v.m. de gehoorproblematiek, hoortoestellen en andere hulpmiddelen. De student kan patiënt/cliënt adviseren. De student kan een verwijzing analyseren. De student kan een intakegesprek voeren. De student kan relevante gegevens verzamelen en synthetiseren naar besluiten toe. De student kan gegevens efficiënt in team rapporteren. De student kan de gegevens schriftelijk rapporteren. De student kan de fysio-akoestische en psycho-akoestische karakteristieken van het gehoor, nuttig voor de aanpassing, meten en evalueren. De student kan het optimale technische hulpmiddel selecteren aan de hand van audiotechnische resultaten en empirische gegevens van de persoon, de groep en de omgeving De student kan de aangepaste hulpmiddelen afleveren. De student kan doeltreffendheidscontroles uitvoeren. De student kan de patiënt/cliënt en omgeving sensibiliseren met het oog op het doelstreffend gebruik van hoorhulpmiddelen. De student kan de persoon en de omgeving begeleiden en trainen in functie van optimaal gebruik van de hulpmiddelen. De student kan de persoon en de omgeving psycho-sociaal begeleiden in het integratieproces. De student kan interdisciplinair samenwerken. De student kan de nodige doorverwijzing naar andere disciplines bepalen. De student kan de verwijzing van de behandelende arts, tandarts of andere verwijzende instanties analyseren. De student kan contact opnemen met de verwijzer bij onduidelijke en/of onvolledige vraagstelling naar logopedische behandeling en/of onderzoek. De student kan relevante anamnesegegevens ten behoeve van de in te stellen behandeling verzamelen. De student kan relevante gegevens van andere hulpverleners omtrent de hulpvrager verzamelen. De student kan relevante anamnesegegevens schriftelijk registreren. De student kan het onderzoeksinstrumentarium i.v.m. de stem, de spraak, de taal, het gehoor en de orale functies hanteren, teneinde gegevens te verzamelen die relevant zijn voor de voorwaarden, het gedrag en de stoornissen omtrent communicatie en oraal functioneren. De student kan de verzamelde gegevens ordenen en interpreteren. De student kan de verzamelde gegevens registreren en rapporteren. De student kan een logopedische diagnose stellen en deze formuleren tegen de achtergrond van de hulpvraag. De student kan de conclusies uit de diagnose schriftelijk en mondeling registreren en rapporteren. De student kan mogelijke stoornissen in het gehoor screenen bij pasgeboren babys. De student kan gehoor screenen bij risicogroepen: babys, kinderen en volwassenen. De student kan middelen ter bescherming van het gehoor aanwenden. De student kan bestaande toestanden en situaties evalueren. De student kan advies geven i.v.m. het effect en de aanwending van diverse middelen geschikt voor een betere gehoorbescherming. De student kan technische hulpmiddelen en het gebruik ervan adviseren om auditieve boodschappen om te zetten in alternatieve waarnemingssignalen. De student kan technische hulpmiddelen, die waarschuwingssignalen omzetten in alternatieve waarnemingssignalen en het gebebruik ervan, adviseren. De student kan overwegen of de relevante voorwaarden aanwezig zijn tot het gebruik van orale functies en/of mogelijkheden tot communicatie. De student kan overwegen welke biologische en psychosociale factoren van invloed zijn op de behandelingsmogelijkheden. De student kan overwegen welke logopedische methoden en hulpmiddelen toegepast kunnen worden. De student kan het hoofddoel en de subdoelstellingen van de behandeling bepalen. De student kan over het behandelplan rapporteren en overleggen met de verwijzer. De student kan het behandelplan overleggen met de hulpvrager en omgeving. De student kan de juiste methoden en hulpmiddelen kiezen en op systematische wijze toepassen om de stoornis op logopedisch gebied te kunnen beïnvloeden. De student kan informatie verstrekken omtrent het doel, methoden en hulpmiddelen, en het verloop van de behandeling. De student kan instructies geven bij de uitvoering van de diverse aspecten / oefeningen van de gekozen methoden en i.v.m. het omgaan met hulpmiddelen. De student kan nagaan of de hulpvrager en zijn omgeving de instructies opvolgen. De student kan mogelijkheden verschaffen aan de hulpvrager en zijn omgeving om de transfer in de praktijk toe te passen. De student kan de verwijzer en het behandelteam informeren omtrent het verloop van de behandeling. De student kan het behandelplan tijdens de uitvoeringsfase bijstellen indien nodig. De student kan de systematische afbouw en nazorg integreren in de logopedische behandeling. De student kan de doelstellingen, het verloop en het resultaat van de behandeling registreren en rapporteren. De student kan de diagnose, de inhoud en de opbouw van het behandelplan, de behandeling zelf evalueren. De student kan het effect van de behandeling evalueren. De student kan het resultaat van de behandeling rapporteren aan de verwijzer, betalende instanties en/of andere betrokkenen. De student kan samenwerken met artsen en in het bijzonder met de NKO-arts. De student kan samenwerken met paramedici, verpleegkundigen en andere gezondheidswerkers. De student kan samenwerken met psychologen, maatschappelijke werkers, opvoeders, leerkrachten, technici, ingenieurs en fysici. De student kan samenwerken met het gezin. De student kan samenwerken met de school. De student kan samenwerken met het arbeidsmilieu. De student kan inbreng van de audiologische discipline in het team voorbereiden. De student kan de audiologische descipline vertegenwoordigen in het team. De student kan conclusies uit de teambespreking verwerken en toepassen. De student kan verslagen opmaken en doorspelen. De student kan reacties op verslagen geven, opvolgen en verwerken. De student kan zich aanpassen aan de structuur van de organisatie, met name als het gaat om hiërarchische lijnen, beslissingen, bevoegdheden en uitvoeringsverantwoordelijkheden. De student kent de grenzen van de bevoegdheden en de verantwoordelijkheden van de logopedist. De student kan zich houden aan afspraken omtrent het handelen op verwijzing. De student kan in zijn handelen rekening houden met het beroepsgeheim. De student kan ook andere teamleden / medewerkers informatie en instructies geven omtrent onderzoek, plan, verloop en resultaat van de behandeling. De student kan relevante informatie van andere disciplines opvragen. De student kan constructief deelnemen aan teambesprekingen. De student kan alle nodige onderzoeken ter evaluatie ven de auditieve en otoneurologische functies van de bovenste luchtwegen uitvoeren en aangepast aanwenden. De student kan de balans tussen beide hoortoestellen controleren. De student kan richtinghoren met hoortoestellen controleren. De student kan de functionele winst met hoortoestellen controleren. De student kan het meest comfortabel niveau met hoortoestellen controleren. De student kan het oncomfortabel niveau controleren. De student kan luidheidaangroei controleren. De student kan de signaal-ruisverhouding controleren. De student kan de reactietijd met hoortoestellen controleren. De student kan het inductieveld controleren. De student kan spraak-audiometrie uitvoeren met hoorcorrectie. De student kan vergelijkende metingen uitvoeren met verschillende toestellen. De student kan het stroomverbruik controleren. De student kan de versterking controleren. De student kan de maximale uitgang meten. De student kan de vervorming meten. De student kan de werking van de begrenzing meten. De student kan de werking van de compressie meten. De student kan tijdsaspecten meten. De student kan de inductiespoel controleren. De student kan de audio-input controleren. De student kan alle bovengenoemde aspecten onder metingen van hoortoestellen meten d.m.v. 2cc, earsimulator en in situ. De student kan onderzoeksapparatuur ijken. De student kan de efficiëntie van de onderzoeksapparatuur onderzoeken. De student kan de spectrale samenstelling van geluiden meten. De student kan de karakteristieke waarden uit de spectrale metingen berekenen. De student kan statische geluidsmetingen uitvoeren. De student kan een geluidsdosis meten. De student kan het equivalent geluidsniveau uit meetgegevens berekenen. De student kan het dagelijks blootstellingniveau berekenen. De student kan de planning en administratie omtrent afspraken met de hulpvrager verzorgen. De student kan onderzoeksgegevens en van het plan, en het resultaat en het verloop van de behandeling in een databestand van het patiëntendossier verwerken. De student kan het jaarverslag van de logopediepraktijk/afdeling maken. De student kent de wettelijke bepalingen en regelgeving omtrent zijn arbeidssituatie. De student kan het management van de eigen bedrijfsvoering bewaken. De student kan een documentatiesysteem m.b.t. literatuur over gegevens en ontwikkelingen binnen het eigen beroep maken en gebruiken. De student kan infrastructuur beheren. De student kan werking bijsturen. De student kan profileren. De student kan bestelbonnen opmaken. De student kan facturen opstellen. De student kan herstellingsbonnen opmaken. De student kan een cliëntdossier opmaken. De student kan administratie verrichten naar de voorschrijver. De student kan administratie verrichten naar de terugbetalende instanties. De student kan administratie verrichten naar begeleidende instanties. De student kan de stock opvolgen. De student kan de stock aangepast bijvullen. De student kan theoretische en praktische onderwerpen binnen het logopedische vakgebied, die in aanmerking komen voor nader onderzoek signaleren. De student kan zelfstandig of in samenwerking met andere logopedisten onderzoek uitvoeren in het logopedische vakgebied. De student kan participeren in multidisciplinair onderzoek waar logopedische aspecten deel van uitmaken. De student kan bijdragen leveren aan onderzoek gericht op wetenschappelijke kennisontwikkeling t.b.v. gezondheidszorg, welzijnszorg, onderwijs en bedrijfsleven. De student kan onderzoeksresultaten presenteren d.m.v. publicaties in vaktijdschriften, deelname aan symposia, e.d. De student kan wetenschappelijke onderzoeksliteratuur kritisch evalueren. De student kan eigen onderzoekswerk kritisch evalueren en bijsturen. De student kan onderzoeksprojecten doorgeven. De student kan onderzoeksprojecten begeleiden. De student kan meewerken aan onderzoeksprojecten. De student kan problemen in het werkveld bestuderen. De student kan suggesties formuleren. De student kan projecten uitwerken. De student kan oorstukken controleren en onderhouden. De student kan batterijen controleren en onderhouden. De student kan onderdelen van het hoortoestel controleren en onderhouden. De student kan externe kabelverbindingen controleren en onderhouden. De student kan externe onderdelen van de cochleaire inplant controleren en onderhouden. De student kan audiometer en onderzoeksapparatuur ijken. De student kan alle aanpassingsapparatuur ijken en controleren. De student kan bijscholingsmogelijkheden volgen en verwerken. De competenties voor bachelor in de logopedie en de augiologie, afstudeerrichting audiologie zijn: Beroepsspecifiek kunnen redeneren. Beroepsspecifieke informatie zelfstandig en kritisch kunnen verwerven en verwerken. Kritisch kunnen reflecteren op het beroepsspecifieke functioneren. Geconfronteerd met ‘nieuwe’ beroepsspecifieke problemen door combinatie van bestaande oplossingen planmatig een eigen oplossing kunnen genereren/tot stand brengen of op externe deskundigheid een beroep kunnen/willen doen. Courante leidinggevende taken kunnen uitvoeren. In het Nederlands mondeling en schriftelijk over beroepsspecifieke onderwerpen kunnen communiceren met vertegenwoordigers van het eigen beroepenveld en met vertegenwoordigers van andere beroepenvelden. Inzicht hebben in de beperktheden van de eigen beroepsspecifieke competenties en de bereidheid om deze via het volgen van opleiding weg te werken. Met anderen in een internationale, multiculturele en/of multidisciplinaire beroepsomgeving kunnen samenwerken. Beroepsspecifieke inzichten kunnen gebruiken bij het planmatig oplossen van een grote variëteit aan authentieke (en dus complexe) professionele problemen/het uitvoeren van uiteenlopende en authentieke beroepsopdrachten in overeenstemming met beroepsspecifieke vereisten. Begrip en betrokkenheid hebben ontwikkeld m.b.t. ethische, normatieve en maatschappelijke vragen samenhangend met de toepassing van beroepsspecifieke inzichten en gebruiken. De student kan een verwijzing analyseren. De student kan een intakegesprek voeren. De student kan relevante gegevens verzamelen en synthetiseren naar besluiten toe. De student kan gegevens efficiënt in team rapporteren. De student kan de gegevens schriftelijk rapporteren. De student kan de fysio-akoestische en psycho-akoestische karakteristieken van het gehoor, nuttig voor de aanpassing, meten en evalueren. De student kan het optimale technische hulpmiddel selecteren aan de hand van audiotechnische resultaten en empirische gegevens van de persoon, de groep en de omgeving De student kan de aangepaste hulpmiddelen afleveren. De student kan doeltreffendheidscontroles uitvoeren. De student kan de patiënt/cliënt en omgeving sensibiliseren met het oog op het doelstreffend gebruik van hoorhulpmiddelen. De student kan de persoon en de omgeving begeleiden en trainen in functie van optimaal gebruik van de hulpmiddelen. De student kan de persoon en de omgeving psycho-sociaal begeleiden in het integratieproces. De student kan interdisciplinair samenwerken. De student kan de nodige doorverwijzing naar andere disciplines bepalen. De student kan voorlichting geven aan werkers en studenten in de gezondheidszorg, welzijnszorg en onderwijs over logopedie in het algemeen en over ontstaan en instandhoudende factoren van stoornissen op logopedisch gebied, met als doel preventie en vroegtijdige onderkenning. De student kan voorlichting geven over het gebruik en de functie van stem, spraak, taal en gehoor bij spreekberoepen. De student kan voorlichting geven aan hulpvragers en hun omgeving over vraagstellingen ten aanzien van ontstaan en instandhoudende factoren van stoornissen op logopedisch gebied en mogelijkheden tot behandeling. De student kan voorlichtingsmateriaal ontwikkelen voor specifieke doelgroepen. De student kan mogelijke stoornissen op het vlak van stem, spraak, taal en gehoor vroegtijdig opsporen. De student kan personen screenen die op verzoek van ouders, leerkrachten, artsen of andere beroepsbeoefenaars worden aangemeld. De student kan de verwijzer en/of de gescreende personen en hun omgeving informeren omtrent het resultaat van de screening. De student kan een advies formuleren voor verder onderzoek. De student kan personen doorverwijzen naar een arts of andere hulpverlener. De student kan preventieve maatregelen evalueren. De student kan het individu sensibiliseren. De student kan groepen sensibiliseren. De student kan organisaties en overheid sensibiliseren. De student kan beleidsinstanties informeren. De student kan sociale groepen informeren i.v.m. de gehoorproblematiek, hoortoestellen en andere hulpmiddelen. De student kan patiënt/cliënt adviseren. De student kan mogelijke stoornissen in het gehoor screenen bij pasgeboren babys. De student kan gehoor screenen bij risicogroepen: babys, kinderen en volwassenen. De student kan middelen ter bescherming van het gehoor aanwenden. De student kan bestaande toestanden en situaties evalueren. De student kan advies geven i.v.m. het effect en de aanwending van diverse middelen geschikt voor een betere gehoorbescherming. De student kan technische hulpmiddelen en het gebruik ervan adviseren om auditieve boodschappen om te zetten in alternatieve waarnemingssignalen. De student kan technische hulpmiddelen, die waarschuwingssignalen omzetten in alternatieve waarnemingssignalen en het gebebruik ervan, adviseren. De student kan de verwijzing van de behandelende arts, tandarts of andere verwijzende instanties analyseren. De student kan contact opnemen met de verwijzer bij onduidelijke en/of onvolledige vraagstelling naar logopedische behandeling en/of onderzoek. De student kan relevante anamnesegegevens ten behoeve van de in te stellen behandeling verzamelen. De student kan relevante gegevens van andere hulpverleners omtrent de hulpvrager verzamelen. De student kan relevante anamnesegegevens schriftelijk registreren. De student kan het onderzoeksinstrumentarium i.v.m. de stem, de spraak, de taal, het gehoor en de orale functies hanteren, teneinde gegevens te verzamelen die relevant zijn voor de voorwaarden, het gedrag en de stoornissen omtrent communicatie en oraal functioneren. De student kan de verzamelde gegevens ordenen en interpreteren. De student kan de verzamelde gegevens registreren en rapporteren. De student kan een logopedische diagnose stellen en deze formuleren tegen de achtergrond van de hulpvraag. De student kan de conclusies uit de diagnose schriftelijk en mondeling registreren en rapporteren. De student kan samenwerken met artsen en in het bijzonder met de NKO-arts. De student kan samenwerken met paramedici, verpleegkundigen en andere gezondheidswerkers. De student kan samenwerken met psychologen, maatschappelijke werkers, opvoeders, leerkrachten, technici, ingenieurs en fysici. De student kan samenwerken met het gezin. De student kan samenwerken met de school. De student kan samenwerken met het arbeidsmilieu. De student kan inbreng van de audiologische discipline in het team voorbereiden. De student kan de audiologische descipline vertegenwoordigen in het team. De student kan conclusies uit de teambespreking verwerken en toepassen. De student kan verslagen opmaken en doorspelen. De student kan reacties op verslagen geven, opvolgen en verwerken. De student kan overwegen of de relevante voorwaarden aanwezig zijn tot het gebruik van orale functies en/of mogelijkheden tot communicatie. De student kan overwegen welke biologische en psychosociale factoren van invloed zijn op de behandelingsmogelijkheden. De student kan overwegen welke logopedische methoden en hulpmiddelen toegepast kunnen worden. De student kan het hoofddoel en de subdoelstellingen van de behandeling bepalen. De student kan over het behandelplan rapporteren en overleggen met de verwijzer. De student kan het behandelplan overleggen met de hulpvrager en omgeving. De student kan de juiste methoden en hulpmiddelen kiezen en op systematische wijze toepassen om de stoornis op logopedisch gebied te kunnen beïnvloeden. De student kan informatie verstrekken omtrent het doel, methoden en hulpmiddelen, en het verloop van de behandeling. De student kan instructies geven bij de uitvoering van de diverse aspecten / oefeningen van de gekozen methoden en i.v.m. het omgaan met hulpmiddelen. De student kan nagaan of de hulpvrager en zijn omgeving de instructies opvolgen. De student kan mogelijkheden verschaffen aan de hulpvrager en zijn omgeving om de transfer in de praktijk toe te passen. De student kan de verwijzer en het behandelteam informeren omtrent het verloop van de behandeling. De student kan het behandelplan tijdens de uitvoeringsfase bijstellen indien nodig. De student kan de systematische afbouw en nazorg integreren in de logopedische behandeling. De student kan de doelstellingen, het verloop en het resultaat van de behandeling registreren en rapporteren. De student kan de diagnose, de inhoud en de opbouw van het behandelplan, de behandeling zelf evalueren. De student kan het effect van de behandeling evalueren. De student kan het resultaat van de behandeling rapporteren aan de verwijzer, betalende instanties en/of andere betrokkenen. De student kan zich aanpassen aan de structuur van de organisatie, met name als het gaat om hiërarchische lijnen, beslissingen, bevoegdheden en uitvoeringsverantwoordelijkheden. De student kent de grenzen van de bevoegdheden en de verantwoordelijkheden van de logopedist. De student kan zich houden aan afspraken omtrent het handelen op verwijzing. De student kan in zijn handelen rekening houden met het beroepsgeheim. De student kan ook andere teamleden / medewerkers informatie en instructies geven omtrent onderzoek, plan, verloop en resultaat van de behandeling. De student kan relevante informatie van andere disciplines opvragen. De student kan constructief deelnemen aan teambesprekingen. De student kan alle nodige onderzoeken ter evaluatie ven de auditieve en otoneurologische functies van de bovenste luchtwegen uitvoeren en aangepast aanwenden. De student kan de balans tussen beide hoortoestellen controleren. De student kan richtinghoren met hoortoestellen controleren. De student kan de functionele winst met hoortoestellen controleren. De student kan het meest comfortabel niveau met hoortoestellen controleren. De student kan het oncomfortabel niveau controleren. De student kan luidheidaangroei controleren. De student kan de signaal-ruisverhouding controleren. De student kan de reactietijd met hoortoestellen controleren. De student kan het inductieveld controleren. De student kan spraak-audiometrie uitvoeren met hoorcorrectie. De student kan vergelijkende metingen uitvoeren met verschillende toestellen. De student kan het stroomverbruik controleren. De student kan de versterking controleren. De student kan de maximale uitgang meten. De student kan de vervorming meten. De student kan de werking van de begrenzing meten. De student kan de werking van de compressie meten. De student kan tijdsaspecten meten. De student kan de inductiespoel controleren. De student kan de audio-input controleren. De student kan alle bovengenoemde aspecten onder metingen van hoortoestellen meten d.m.v. 2cc, earsimulator en in situ. De student kan onderzoeksapparatuur ijken. De student kan de efficiëntie van de onderzoeksapparatuur onderzoeken. De student kan de spectrale samenstelling van geluiden meten. De student kan de karakteristieke waarden uit de spectrale metingen berekenen. De student kan statische geluidsmetingen uitvoeren. De student kan een geluidsdosis meten. De student kan het equivalent geluidsniveau uit meetgegevens berekenen. De student kan het dagelijks blootstellingniveau berekenen. De student kan de planning en administratie omtrent afspraken met de hulpvrager verzorgen. De student kan onderzoeksgegevens en van het plan, en het resultaat en het verloop van de behandeling in een databestand van het patiëntendossier verwerken. De student kan het jaarverslag van de logopediepraktijk/afdeling maken. De student kent de wettelijke bepalingen en regelgeving omtrent zijn arbeidssituatie. De student kan het management van de eigen bedrijfsvoering bewaken. De student kan een documentatiesysteem m.b.t. literatuur over gegevens en ontwikkelingen binnen het eigen beroep maken en gebruiken. De student kan theoretische en praktische onderwerpen binnen het logopedische vakgebied, die in aanmerking komen voor nader onderzoek signaleren. De student kan zelfstandig of in samenwerking met andere logopedisten onderzoek uitvoeren in het logopedische vakgebied. De student kan participeren in multidisciplinair onderzoek waar logopedische aspecten deel van uitmaken. De student kan bijdragen leveren aan onderzoek gericht op wetenschappelijke kennisontwikkeling t.b.v. gezondheidszorg, welzijnszorg, onderwijs en bedrijfsleven. De student kan onderzoeksresultaten presenteren d.m.v. publicaties in vaktijdschriften, deelname aan symposia, e.d. De student kan wetenschappelijke onderzoeksliteratuur kritisch evalueren. De student kan eigen onderzoekswerk kritisch evalueren en bijsturen. De student kan onderzoeksprojecten doorgeven. De student kan onderzoeksprojecten begeleiden. De student kan meewerken aan onderzoeksprojecten. De student kan problemen in het werkveld bestuderen. De student kan suggesties formuleren. De student kan projecten uitwerken. De student kan infrastructuur beheren. De student kan werking bijsturen. De student kan profileren. De student kan bestelbonnen opmaken. De student kan facturen opstellen. De student kan herstellingsbonnen opmaken. De student kan een cliëntdossier opmaken. De student kan administratie verrichten naar de voorschrijver. De student kan administratie verrichten naar de terugbetalende instanties. De student kan administratie verrichten naar begeleidende instanties. De student kan de stock opvolgen. De student kan de stock aangepast bijvullen. De student kan oorstukken controleren en onderhouden. De student kan batterijen controleren en onderhouden. De student kan onderdelen van het hoortoestel controleren en onderhouden. De student kan externe kabelverbindingen controleren en onderhouden. De student kan externe onderdelen van de cochleaire inplant controleren en onderhouden. De student kan audiometer en onderzoeksapparatuur ijken. De student kan alle aanpassingsapparatuur ijken en controleren. De student kan bijscholingsmogelijkheden volgen en verwerken. |
| Toelatingsvoorwaarden | |
|---|---|
Graad en kwalificatie ![]() |
Bachelor in de logopedie en de audiologie |
Instelling ![]() | Lessius Antwerpen |
| Rechtstreekse toegang | Tot een bacheloropleiding worden toegelaten de personen die beschikken over: a) een Belgisch diploma van het secundair onderwijs; b) een Belgisch diploma van het hoger onderwijs van het korte type; c) een Belgisch diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid; d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma’s uit de hierboven vermelde categorieën wordt erkend.
|
| Toegang met voorwaarden |
Kandidaat-studenten van binnen de EER die niet in het bezit zijn van de hierboven vermelde diploma’s of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten op voorwaarde dat zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of bereiken. Daarenboven moet minimaal twee jaar verlopen zijn tussen het eindevan het schooljaar waarin zij voor het laatst secundair onderwijs volgden en de aanvang van het academiejaar waar zij voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken in vergelijking met de referentiegroep van de in een bacheloropleiding instromende groep studenten.
|
| Andere toelatingsvoorwaarden |
Een kandidaat-student met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap wordt enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als hij aan één van de volgende voorwaarden voldoet: a) bewijzen dat hij in de voorbije vijf jaar de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of een geheel van ten minste 54 studiepunten in het hoger onderwijs met succes in het Nederlands heeft afgelegd; b) geslaagd zijn voor een examen Nederlands dat volgens de Nederlandse Taalunie een voldoende niveau biedt voor toelating tot het hoger onderwijs. Voor sommige opleidingen kan de instelling een hoger niveau eisen; c) geslaagd zijn voor niveau 5 van het examen Nederlands georganiseerd door het Instituut voor Levende Talen (ILT) van de KU Leuven of georganiseerd door de Lessius Hogeschool; d) geslaagd zijn voor niveau 5 van het examen Nederlands georganiseerd door Linguapolis; e) een certificaat voorleggen van een opleiding Nederlands die door de hogeschool als gelijkwaardig beschouwd wordt met de voorgaande of op een andere manier afdoende aantonen over een voldoende taalbeheersing te beschikken.
|
| Accreditatie | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Graad en kwalificatie ![]() |
Bachelor in de logopedie en de audiologie | ||||||||||||
Instelling ![]() | Lessius Antwerpen | ||||||||||||
| Accreditatie(s) |
Accreditatie van 01-09-2010 tot 30-09-2018
Overgangsaccreditatie van 01-09-2004 tot 30-09-2010
|
||||||||||||
| Historiek | |
|---|---|
| 2011 - 2012 | Bachelor in de logopedie en de audiologie
Locatie(s) : Antwerpen Afstudeerrichtingen :
|
| 2009 - 2010 | Bachelor in de logopedie en de audiologie
Locatie(s) : Antwerpen Afstudeerrichtingen :
|
| 2008 - 2009 | Bachelor in de logopedie en de audiologie
Locatie(s) : Antwerpen Afstudeerrichtingen :
|
| 2007 - 2008 | Bachelor in de logopedie en de audiologie
Locatie(s) : Antwerpen Afstudeerrichtingen :
|
| 2006 - 2007 | Bachelor in de logopedie en de audiologie
Locatie(s) : Antwerpen Afstudeerrichtingen :
|
| 2005 - 2006 | Bachelor in de logopedie en de audiologie
Locatie(s) : Antwerpen Afstudeerrichtingen :
|
| 2004 - 2005 | Bachelor in de logopedie en de audiologie
Locatie(s) : Antwerpen Afstudeerrichtingen :
|
| Terug naar zoekresultaten | E-mail Print Bewaren |
|---|