| Leerresultaten | Master in Human Resource Management. a. Wetenschappelijke competenties De master in Human Resource Management biedt een wetenschappelijk gefundeerde opleiding in het domein van human resource management. Deze opleiding is er op gericht om inzicht te verschaffen in de huidige wetenschappelijke kennis ('state of the art') op het domein: personeel, arbeid en organisatie binnen de context van een mondialiserende economie, een transitioneel arbeidsbestel en een evoluerende samenleving. De opleiding is duidelijk en zichtbaar ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. De beoogde wetenschappelijk onderbouwde kennis in het multidisciplinaire vakgebied van de diverse arbeids-, organisatorische en human resource management omvat: * Basisinzichten in het vraagstuk arbeid, mens en economie / maatschappij vanuit fundamentele en actuele bevindingen in het human resource management onderzoek. * Basisinzichten in het management van organisaties als wetenschappelijk onderbouwd vraagstuk binnen (turbulente) omgevingen, zowel vanuit een strategisch perspectief als vanuit een financieel perspectief. * Inzicht in de wijze waarop de theorievorming beweegt kunnen typeren en interpreteren. * Basisinzichten in de relevante human resource management methoden en technieken van HRM om binnen de strategie van organisaties oplossingen te genereren en te implementeren. * Een eerste aanzet tot specialisatie in het functionele domein van Personeel en Organisatie. De student moet de basisbegrippen en -activiteiten van wetenschappelijk onderzoek kunnen toepassen als academische competentie. Dit impliceert: het kunnen formuleren van een wetenschappelijke probleemstelling, het ontwerpen van onderzoeksdesign, het verzamelen van gegevens, het verwerken daarvan en tot conclusies kunnen komen. Impliciet impliceert dit: het vermogen tot originaliteit en creativiteit m.h.o. op uitbreiden van kennis en inzichten en een bijdrage kunnen leveren aan het wetenschappelijk onderbouwd human resource management. Het universitair niveau vereist ook een sterke algemene vorming. Dit impliceert de studie van een aantal nevendisciplines van het strategisch human resource management (zoals recht, ethiek, sociale en psychologische wetenschappen), de studie van het institutionele kader waarbinnen gewerkt wordt. Dit vereist ook een bevraging van de eigen wetenschap. Het resultaat hiervan is dat afgestudeerde master human resource management in staat is de verschillende benaderingen van organisatorische en personele problemen te integreren en te synthetiseren, zowel binnen de eigen discipline, als interdisciplinair tussen diverse disciplines. Het zelfstandig kunnen toepassen van wetenschappelijke onderzoekstechnieken en -methoden is daarbij belangrijk. b. Professioneel gerichte competenties De master moet in staat zijn om professioneel en zelfstandig zijn wetenschappelijke kennis beargumenteerd aan te wenden / toe te passen bij: het voorbereiden, het nemen en het opvolgen van organisatorische en personele beleidsbeslissingen en de implementatie daarvan. Belangrijk is dat dit moet kunnen gebeuren in een grote diversiteit van beroepssituaties (in de private en in de publieke sector, in profit en non-profit organisaties). In het licht van levenslang leren is de ontwikkeling van academische kernvaardigheden - zelfstandig analyseren / synthetiseren (redeneren), oordelen en communiceren - even belangrijk als de directe beroepsvoorbereidende waarde (op korte termijn) van de opleiding. Aldus bezit de master een probleemgerichte attitude (de professionele habitus) die nodig is voor het onderkennen en aanpakken van problemen, voor het verkennen van oplossingsrichtingen en voor het kiezen, ontwerpen, implementeren en evalueren van een beargumenteerde oplossing. De master is in staat om de wetenschappelijke inzichten en methoden kritisch toe te passen bij het beoordelen en ontwikkelen van bedrijfskundige en organisatie- en personeelswetenschappelijke kennis, en bij het interveniëren (diagnosticeren, ontwerpen, veranderen en evalueren) in organisaties. De master ontwikkelt vaardigheden zoals presenteren, interviewen voor selecties, assessen van competenties, voeren van gesprekken ter evaluatie (i.f.v. ontwikkeling van werknemers), onderhandelen, doelgericht samenwerken (teamwerk inclusief conflicthantering), vergaderen (leiden en notuleren) en uitdrukkings- en formuleervaardigheid (argumenteren). De master verwerft een internationale (multiculturele) attitude. c. Maatschappelijke competenties De master is actief gericht op inzichten wat betreft algemeen maatschappelijke ontwikkelingen (globalisering, 'nieuwe economie', vergrijzing, individualisering,...), op nieuwe inzichten die resulteren uit personeelswetenschappelijk onderzoek en op de relevantie ervan voor het dagelijkse professionele werk. De master is zich bovendien bewust van de wisselwerking die bestaat tussen maatschappelijke veranderingen en het functioneren van organisaties, in het bijzonder wat betreft de 'inzet' van mensen. d. Beschouwelijke competenties De master heeft een onafhankelijke en kritische attitude waarbij de afgestudeerde onderkent in welke omstandigheden het belangrijk is onafhankelijk, rationeel en gedisciplineerd te denken en de durf en de kracht heeft om zijn/haar vermogens dan in te zetten. Vanuit een historisch-wetenschappelijk perspectief reflecteert de master op zijn positie in de samenleving. Vanuit een kritisch-wijsgerige reflexie bevraagt de master zowel zichzelf als het politiek, sociaal en economisch systeem. Vanuit een ethisch-humane bekommernis stelt hij zich dienstbaar op in de maatschappij en komt hij op voor de minder bedeelden. Vanuit een mondiaal-multicultureel gezichtspunt positioneert hij zichzelf in zijn nabije en verdere leefwereld. De master geeft blijk van een waardebewustzijn en handelt hier ook naar. |
|---|