| Algemene informatie | |
|---|---|
Graad en kwalificatie ![]() |
Bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren |
Academiejaar
|
2010 - 2011 |
| Soort opleiding | Bachelor-na-bachelor |
Studieomvang ![]() | 60 studiepunten |
Onderwijsta(a)l(en) ![]() | Nederlands |
Studiegebied(en) ![]() |
|
Instelling ![]() | Karel de Grote-Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen (KdG) |
| Opleidingslocatie(s) | Antwerpen |
| Extra informatie | |
|---|---|
Graad en kwalificatie ![]() |
Bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren |
Instelling ![]() | Karel de Grote-Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen (KdG) |
Algemene informatie ![]() | http://www.kdg.be/opleidingen/zorgverbreding-en-remedi%C3%ABrend-leren Bij de Karel de Grote-Hogeschool kan je volgende verkorte trajecten afleggen: - Leraar kleuteronderwijs in 1 jaar (als je al een bachelordiploma lager onderwijs of secundair onderwijs hebt) - Leraar kleuteronderwijs in 2 jaar (als je al een bepaald bachelor- of masterdiploma hebt zonder onderwijsbevoegdheid: orthopedagogie, Toegepaste psychologie, Maatschappelijk werk, Verpleegkunde) - Leraar lager onderwijs in 1 jaar (als je al een bachelordiploma kleuteronderwijs of secundair onderwijs hebt) - Leraar lager onderwijs in 2 jaar (als je al een bepaald bachelor- of masterdiploma hebt zonder onderwijsbevoegdheid: orthopedagogie, Toegepaste psychologie, logopedie, Maatschappelijk werk, Verpleegkunde/vroedkunde) - Leraar lager onderwijs in 1-2 jaar (als je al een bachelor- of masterdiploma hebt) (enkel les op maandag en dinsdag) - Leraar Secundair onderwijs: onderwijsbevoegdheid in een bijkomend onderwijsvak in 1 jaar (als je al een diploma leraar secundair onderwijs hebt) - Leraar Secundair onderwijs (als je al een bachelordiploma voor het onderwijs hebt) - Leraar Secundair onderwijs: onderwijsbevoegdheid in één of twee onderwijsvakken, (bij een bachelor- of masterdiploma, als je al een specifieke lerarenopleiding hebt) - Bachelor in het onderwijs: Buitengewoon onderwijs (banaba) - Bachelor in het onderwijs: Zorgverbreding en remediërend leren (banaba) - Postgraduaatsopleiding verantwoordelijke in de kinderopvang |
| Website opleiding | http://www.kdg.be/praktisch/departementen/lerarenopleiding |
| Inschrijvingen | www.kdg.be |
| Doelstelling | |
|---|---|
Graad en kwalificatie ![]() |
Bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren |
Instelling ![]() | Karel de Grote-Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen |
| Leerresultaten |
1.Planmatig begeleider van leerlingen met specifieke onderwijsnoden
1.1.
Een positieve grondhouding bezitten met betrekking tot de mogelijkheden en toekomstkansen van de leerlingen
Op zoek gaan naar kennis en advies omtrent de ontwikkelingsmogelijkheden van kwetsbare leerlingen
Het recht op communicatie en sociaal contact erkennen als fundamentele behoefte en als voorwaarde tot leren
Geloof tonen in ontwikkelingskansen van iedere leerling
Verdedigen van het recht op persoonlijke ontwikkeling en de ontplooiingskansen van ieder kind
Actief op zoek gaan naar ontwikkelingskansen via observatie, interactie en via gebruik van beschikbare hulpmiddelen
Getuigen van een doordacht en volgehouden engagement t.a.v. elke leerling in alle omstandigheden
Zich actief inzetten tegen elke vorm van achterstelling van elke leerling
1.2.
Gegevens verzamelen, selecteren en ethisch correct hanteren als basis voor een goede beeldvorming van de leerling en herkenning van zijn noden
Signalen zien van problemen bij leerlingen
Herkennen van signalen van leer-, gedrags- of ontwikkelingsproblemen bij de leerling
Beluisteren van het beeld dat CLB, collega’s en ouders geven van een leerling met speciale noden
Bevragen van collega’s omtrent diagnostische gegevens, schoolloopbaan en andere relevante informatie betreffende de leerlingen
Zich bewust zijn van de vereiste om deontologisch om te gaan met gegevens van leerlingen
In alle omstandigheden deontologisch correct omgaan met de gegevens van individuele leerlingen en hun omgeving
Benoemen van signalen van leer-, gedrags- of ontwikkelingskansen en -problemen bij de leerling.
Leerlingen kritisch en gedetailleerd observeren over een langere periode
Herkennen en benoemen van kansen en problemen in de brede context.
Actief op zoek gaan naar informatie om zich een totaalbeeld te kunnen vormen van een leerling met een specifieke ondersteuningsvraag.
Kennis bezitten van handelingsgerichte diagnostiek, diagnostische instrumenten en hun toepassingen.
Gebruik maken van diagnostische gegevens, observaties en informatie uit de brede context (schoolloopbaan, gezin, ruime omgeving).
Gebruik maken van kennis van specifieke ondersteuningsvragen en maatschappelijke achterstellingmechanismen als duiding en als achtergrondinformatie.
Selecteren van de meest relevante gegevens als basis voor een voorlopige beeldvorming van de leerling.
Rapporteren van relevante gegevens die kunnen bijdragen in de beeldvorming.
In overleg hypothesen kunnen formuleren omtrent de oorzaken en de aard van grote leer-, gedrags- of ontwikkelingsverschillen bij individuele leerlingen, rekening houdend met alle beschikbare gegevens.
De ondersteuningsvraag steeds verder verfijnen, rekening houdend met het kind in zijn context, incl. beperkende en beschermende factoren.
Ondersteuningsvragen kunnen afleiden uit de beeldvorming.
De observaties correct interpreteren vanuit meerdere referentiekaders in overleg met het team
Een uitgebreider en geïntegreerde beeldvorming van de leerling weergeven op basis van observaties in de dagelijkse schoolcontext en nieuwe informatie uit de omgeving
De verschillende mogelijke ondersteuningsvragen afleiden en beoordelen vanuit verschillende referentiekaders
1.3.
Individuele doelen formuleren en gebruiken als basis voor de planning, uitvoering en opvolging van de begeleiding en het onderwijs van de leerling met speciale noden
Bereid zijn doelen aan te passen aan de individuele noden van leerlingen
De nood erkennen aan systematische begeleiding van individuele leerlingen
Op zoek gaan naar voorschriften en tips omtrent de aanpak van leerlingen met speciale noden
Bereid zijn tot intensieve en individueel aangepaste evaluatie van leerlingen
In overleg en op basis van een ondersteuningsvraag relevante doelen selecteren, uit ondermeer de “eindtermen” en de ontwikkelingsdoelen, rekening houdend met een breed toekomstperspectief van de leerling en met de gegeven context
In overleg prioritaire doelen koppelen aan de ondersteuningsvraag, op individueel niveau, gelinkt aan de doelen op groepsniveau
Op basis van de verschillende mogelijke ondersteuningsvragen en vanuit de verschillende referentiekaders relevante doelen selecteren uit ondermeer de eindtermen en de ontwikkelingsdoelen rekening houdend met een breed toekomstperspectief van de leerling en met de gegeven context.
Vanuit de geselecteerde doelen prioritaire doelen koppelen aan de ondersteuningsvraag, op schoolniveau
Steeds creatief op zoek gaan naar nieuwe stappen in de ontwikkeling die de toekomstkansen zinvol verruimen
Het ondersteuningsplan dynamisch en creatief bijsturen
1.4.
Coördineren van het planmatig handelen ten aanzien van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
Zich verantwoordelijk voelen voor een systematische opvolging van leerlingen met speciale noden
De betrokken partijen aanspreken en uitnodigen voor overleg
De verschillende fasen uit het proces van handelingsplanning kennen en hanteren met een voortdurende bijsturing en verfijning van elk van de stappen (beeldvorming, prioritaire doelen bepalen, strategie bepalen, uitvoering en evaluatie).
Heldere en inzichtelijke afspraken maken met meerdere partijen die betrokken zijn bij de opvolging van de leerling
Op klassenraden en bij informeel overleg een correcte en gepaste formulering weergeven van de specifieke onderwijsnoden, de mogelijkheden en beperkingen van de leerlingen en de afspraken rond de aanpak en de opvolging hiervan
De voorbereiding van een leerlingbespreking op zich nemen
Het planmatig werken verantwoorden in een dossier, dat de beeldvorming, de doelen, de aanpak en de opvolging weergeeft
Het verslag van een leerlingbespreking schrijven
Erop toezien dat de zorgafspraken die rond een leerling gemaakt werden in het team worden nageleefd binnen een redelijke termijn
Met het oog op een lange termijn planning de verschillende fasen in de handelingsplanning evalueren en bijsturen
De functie van voorzitter opnemen in een vergadering of overleg.
Toezien op de coherentie en continuïteit van de handelingsplanning.
2.Vertaler van het onderwijsaanbod, de leerlijnen en inhouden uit diverse leerdomeinen, rekening houdend met de specifieke onderwijsnoden van de leerlingen
2.1.
Waarderen van de diversiteit in de klasgroep, als uitdaging voor het zoeken naar aanpassingen en als meerwaarde voor het leerproces van iedere leerling
Iedere individuele leerling in de groep erkennen en betrekken bij de activiteiten
Op zoek gaan naar het kind achter het ‘label’
Spontaan in interactie gaan met alle leerlingen, hoe verschillend zij ook zijn
Het recht erkennen op individualisering van de aanpak bij leer-, gedrags- en ontwikkelingsverschillen in de klasgroep
Een leerbevorderende, responsieve onderwijs- en begeleidingsstijl hanteren t.a.v. individuele leerlingen
De groepsdynamiek gebruiken en versterken als leerbevorderende factor voor alle leerlingen
Coöperatief leren gevarieerd en doelgericht inzetten als middel tot interactie en samenwerking
Model staan voor onderwijs- en begeleidingsstijlen, die de diversiteit van leerlingen benutten, bv co-teaching.
2.2.
Diversiteit breed observeren en in kaart brengen
Kennis hebben van volgsystemen.
Objectief observeren in verschillende situaties en op verschillende ontwikkelingsdomeinen.
Analyseren van objectief verzamelde gegevens in verschillende situaties en op verschillende ontwikkelingsdomeinen.
Hanteren van observatiemethoden in schoolcontext
Anticiperen op wijzingen in diversiteit van schoolpubliek
2.3.
Differentiëren van het aanbod en de aanpak, op basis van de leer-, gedrag- en ontwikkelingsverschillen in de groep
Herkennen van grote verschillen tussen kinderen
Zich bewust zijn van de nood aan aanpassingen bij grote verschillen tussen leerlingen
Lezen van de ondersteuningsvragen als indicaties voor aanpassingen van het klasaanbod
Differentiatiemaatregelen tav de individuele leerlingen hanteren.
Lezen van de ondersteuningsvragen als indicaties voor aanpassingen van het klasaanbod
Een brede waaier aan differentiatievaardigheden hanteren en gevarieerd inzetten
Soepel omgaan met differentiatiemaatregelen (incl. pre-teaching, tutoring...)
Differentiëren in instructie en verwerking in functie van de noden van de leerlingen
Moeilijk gedrag van een groep begrijpen in een gegeven context
De eigen begeleidingsstijl aanpassen aan grote verschillen in gedrag
In functie van leer-, gedrag- en ontwikkelingsverschillen een schoolvisie uitbouwen en bijsturen.
2.4.
Het ontwerpen van een krachtige leeromgeving om de taalvaardigheid, communicatie- en interactiemogelijkheden van de leerling te bevorderen
Het belang kennen van communicatie en interactie voor de sociale en cognitieve ontwikkeling
Geen pestgedrag tolereren in de klas- of schoolgroep
Werk maken van verbondenheid in de klas
Waarderen van spontane interacties en open communicatie tussen leerlingen
Bevragen van de ouders en ondersteuners naar verbetering van de communicatiemogelijkheden
De communicatiemogelijkheden van de leerlingen kennen
Actief op zoek gaan naar aangepaste communicatiemiddelen en –ondersteuning voor leerlingen met communicatieve beperkingen
Het eigen aandeel erkennen in het ontwikkelen van de communicatievaardigheid van de leerlingen
Actief gevarieerde sociale contacten en interacties tussen de leerlingen en met bredere netwerken bevorderen
Specifieke communicatiemiddelen kennen
Gebruik maken van een interactiestijl en beschikbare middelen die de communicatie en taalvaardigheid bevorderen van leerlingen met beperkingen op vlak van communicatie en / of taalvaardigheid
De communicatiemogelijkheden van de leerlingen uitbreiden via een doelgerichte en consequente aanpak
2.5.
Een deskundige en evenwichtige afstemming bieden van het onderwijsaanbod – incl. de leerlijnen - op de specifieke onderwijsnoden van de leerlingen, rekening houdend met een breed toekomstperspectief, maatschappelijke participatie en alle leerdomeinen
Bereid zijn het tempo, het aanbod en de instructie aan te passen aan de individuele verwerkingsmogelijkheden van de leerling met speciale noden
Verkennen en toetsen van kleine aanpassingen van het programma aan de noden van de leerling
Zich bewust zijn van de nood aan afstemming van een geïndividualiseerd aanbod op het groepsprogramma, met het oog op aansluiting bij de klasgroep
De verschillende niveaus van planmatig handelen benoemen en gebruiken (groepsniveau)
Vanuit de verschillende ondersteuningsvragen doelen selecteren voor het groepswerkplan
Aanbieden van leerinhouden die recht doen aan diversiteit in de maatschappij
Op zoek gaan naar authentieke en realistische leercontexten, zoals de brede school
Individualiseren en aanpassen van het onderwijsaanbod, rekening houdend met het kind in zijn context
Leerlijnen aanpassen voor de individuele afstemming van het onderwijsaanbod
Het geïndividualiseerd aanbod weer afstemmen op de groepsaanpak met het oog op maximale participatie
Leeftijdsadequaat handelen ten aanzien van leerlingen met specifieke onderwijsnoden
De verschillende niveaus van planmatig handelen benoemen en gebruiken op schoolniveau.
Vanuit de verschillende ondersteuningsvragen doelen selecteren voor het schoolwerkplan
De beschikbare leerlijnen kritisch benaderen, aanvullen en wijzigen op schoolniveau
Het eigen didactisch handelen ten aanzien van de individuele leerling en de groep creatief en dynamisch bijsturen
Blijvende op zoek gaan naar maximale participatiekansen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, in de huidige context en in de toekomst
3. Partner van ouders, leerlingen en een ruim team van betrokkenen uit de omgeving van de leerling met specifieke onderwijsnoden, vanuit een maatschappelijke verbondenheid
3.1.
In de samenwerking model staan voor een realistische en emancipatorische begeleiding
Opkomen voor kwetsbare leerlingen
Bevragen van collega’s naar procedures voor samenwerking
Herkennen van problematische opvoedingssituaties
Openstaan voor vragen en bekommernissen van alle partijen rond leerlingen met specifieke onderwijsnoden
Een brede kijk hebben op factoren die tot problematische opvoedingssituaties kunnen leiden
Op de hoogte zijn van de maatschappelijke structuren van achterstelling
Dromen en toekomstplannen beluisteren die ouders voor hun kinderen koesteren
Erkennen en waarderen van het geloof dat ouders tonen in de mogelijkheden van hun kind
Een positieve kijk hebben op de eigen inbreng van ouders en leerlingen
In het schoolteam opkomen voor de mening van de ouders en de leerling
De kansen om ouders en leerlingen weerbaar te maken tegen achterstelling, zien en benutten.
Informatie kennen en ter beschikking stellen omtrent schooleigen procedures, netwerken en andere vormen van ondersteuning
Actief op zoek gaan naar alle partijen die een rol kunnen spelen in de begeleiding op langere termijn
3.2
Planmatig werken aan ouderbetrokkenheid en ouder-participatie
(In)formele contacten met alle ouders kunnen aangaan.
Moeilijk bereikbare ouders betrekken bij de klaswerking
Toegankelijk maken van mondelinge en schriftelijke informatie voor alle ouders.
Diversiteit van de ouders benutten
Schoolvisie uitbouwen mbt ouderparticipatie en ouderbetrokkenheid
Uitwisselen van ervaringen onder ouders (opvoedingsondersteuning)
3.3
Planmatig samenwerken aan een duurzame interactie met de buurt en de school-omgeving.
Bewust zijn van de risico- en beschermende factoren van de betrokken partijen.
Doelgericht informele en formele contacten onderhouden met de betrokken partijen
De principes van open communicatie kennen
Communicatievaardigheden bezitten die een constructieve samenwerking ondersteunen
Op betrokken en actieve wijze de leerling, de ouders en het team bevragen met betrekking tot een wenselijke en mogelijke aanpak
Met de betrokken partijen een voortdurende dialoog aangaan rond de handelingsplanning en de dagelijkse begeleiding van de leerlingen
De principes van open communicatie toepassen bij de meeste oudercontacten en contacten met andere partijen
Schoolvisie uitbouwen op het planmatig en duurzaam samenwerken met de buurt en de schoolomgeving.
3.4
Constructief samenwerken met het hulpverleningsnetwerk (welzijn, gezondheid..)
Zich informeren over betekenisvolle relaties voor de leerling
Bereid zijn tot langdurige samenwerking
Zich informeren over de rol van paramedici, vakcollega’s, ondersteuners en andere professionelen in de begeleiding van leerlingen met speciale noden
Oog hebben voor de aanvaardings- en verwerkingsprocessen bij leerlingen, ouders en familie
Initiatief nemen in de samenwerking met ouders van leerlingen met speciale noden
Een netwerk van betrokken partijen opzoeken, uitnodigen of samenstellen, rekening houdend met betekenisvolle relaties voor de leerling
In oudercontacten de behoeften van ouders en omgeving achterhalen en integreren in de aanpak
De inbreng van de teamleden (paramedici, vakcollega’s, ondersteuners en anderen) beluisteren en integreren in de afspraken en aanpak
Erkennen van ieders rol en bijdrage in het team
Het gelijkgericht denken in een groep die handelt vanuit verschillende referentiekaders bevorderen
Actief streven naar een transdisciplinaire aanpak in de samenwerking
Ondersteuning bieden aan leerlingen, ouders en familie in hun aanvaarding- en verwerkingsproces.
Een gesprek en een groep leiden bij overleg (klassenraden, multidisciplinair overleg, informele contacten)
4.Coach van collega’s en coördinator van beleidsondersteunende maatregelen bij de implementatie van het planmatig handelen op klas- en schoolniveau
4.1.
Ruime coachingvaardigheden ontwikkelen en collegiale ondersteuning bieden
De expertise van anderen (h)erkennen
Informatieve vragen stellen over de onderwijspraktijk en –ervaringen van anderen
Delen van ervaringen uit de eigen onderwijspraktijk
De onderwijspraktijk observeren in meerdere scholen
Draaischijf zijn in de uitwisseling van expertise tussen collega’s.
Kennis hebben van meerdere referentiekaders rond coaching
Aansluiten bij de opvattingen, ervaringen, kennis en vaardigheden van de betrokken scholen, leerkrachten en andere partijen
Zicht hebben op de krachten en weerstanden bij veranderingsprocessen in een schoolteam
Stimuleren van reflectieve vaardigheden bij collega’s.
Met collega’s in team werken aan schoolklimaat waarin verdraagzaamheid, communicatie, conflicthantering, openheid en respect tav diversiteit belangrijke waarden zijn.
Bewust en kritisch kijken naar het eigen referentiekader omtrent coaching
Gepast inspelen op krachten en weerstanden bij veranderingsprocessen in meerdere schoolteams
4.2.
Beleidsondersteuning bieden met betrekking tot onderwijsvernieuwing, projecten en schoolvisie
Een ondersteunende rol opnemen in schoolprojecten die onderwijsvernieuwing en visie-ontwikkeling nastreven
Bestaan en belang van een schoolcultuur onderkennen
Een constructieve bijdrage leveren in het (her)formuleren van schoolvisie en onderwijsvernieuwingsprojecten
Deelnemen aan werkgroepen die de visie van de school bevragen en bijsturen
De kenmerken duiden van een eigen schoolcultuur
Initiatieven nemen in het vormgeven van aangepaste leerlijnen in het team
Initiatieven nemen in onderwijsvernieuwingsprojecten op school ten aanzien van leerzorg
Een constructieve bijdrage leveren in het vormgeven van schooleigen leerlijnen
Uitbouwen en coördineren van werkgroepen
Een nascholingsplan vanuit de noden van het schoolteam uitstippelen
In het team een wezenlijke bijdrage leveren tot het tot standkomen, bijsturen en actualiseren van het schoolwerkplan
5. Zichzelf sturende en geëngageerde persoon die voortdurend leert uit eigen en andermans ervaringen en uit meerdere bronnen.
5.1
Bereid zijn zich voortdurend te informeren en bij te scholen( mbt zorgbreed werken op leerling-, klas- en schoolniveau).
Zich aangesproken en betrokken voelen wanneer informatie over zorgbreed werken op leerling-, klas- of schoolniveau in de actualiteit is.
Actief op zoek gaan naar actuele informatie over zorgbreed werken op leerling-, klas- of schoolniveau via literatuur en bijscholing.
Zich actief inzetten om de kennis over zorgbreed werken op leerling-, klas- of schoolniveau te verspreiden door deelname aan werkgroepen e.d.
5.2
Bevragen, overleggen en voortdurend bijsturen van het eigen handelen.
De noodzaak erkennen van open communicatie rond het eigen handelen als middel tot leren in de praktijk
Zich bewust zijn van zijn handelingsverlegenheid t.a.v. specifieke zorgnoden op leerling-, klas- en schoolniveau.
Geloven in het eigen aandeel in de ontwikkeling van het zorgbrede werk op leerling-, klas- en schoolniveau.
De eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid t.a.v. specifieke zorgnoden op leerling-, klas- en schoolniveau zien.
Vanuit introspectie over eigen biografie, referentiekader en normen zich inleven en respect tonen voor anderen.
Voortdurend bevragen van het eigen handelen t.a.v. alle leerlingen via mentoring en intervisie.
Het eigen aandeel zien in het tot stand komen van moeilijk of positief gedrag van de leerlingen.
Open staan voor en aanvaarden van collegiale ondersteuning.
Handelen in voortdurend overleg, open voor tips en kritische bemerkingen van andere partijen.
De expertise van anderen integreren in het eigen functioneren.
Handelen vanuit een maatschappijgericht verantwoordelijkheidsgevoel t.a.v. specifieke zorgnoden op leerling-, klas- en schoolniveau.
Bewust en kritisch kijken naar de eigen begeleidingsstijl.
Het eigen handelen bijsturen vanuit een reflectie over het eigen aandeel in het gedrag van leerlingen en teamgenoten.
|
| Toelatingsvoorwaarden | |
|---|---|
Graad en kwalificatie ![]() |
Bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren |
Instelling ![]() | Karel de Grote-Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen |
| Rechtstreekse toegang | Vanuit deze instelling binnen zelfde studiegebied
|
| Andere toelatingsvoorwaarden | Elk ander diploma bachelor/master opleiding met bijkomende toelatingsvoorwaarde: beschikken over GPB-getuigschrift of aggregaat. Elk ander diploma bachelor/master opleiding mits gunstig gevolg na intake gesprek of werken in het gesubsidieerd leerplichtonderwijs. |
| Doorstroommogelijkheden | |
|---|---|
Graad en kwalificatie ![]() |
Bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren |
Instelling ![]() | Karel de Grote-Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen |
| Doorstroom met voorwaarden | Vanuit andere instellingen binnen ander studiegebied |
| Accreditatie | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Graad en kwalificatie ![]() |
Bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren | ||||||||
Instelling ![]() | Karel de Grote-Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen | ||||||||
| Accreditatie(s) |
Overgangsaccreditatie van 01-09-2004 tot 30-09-2013
Overgangsaccreditatie van 01-09-2004 tot 30-09-2009
|
||||||||
| Historiek | |
|---|---|
| 2011 - 2012 | Bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren
Locatie(s) : Antwerpen |
| 2009 - 2010 | Bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren
Locatie(s) : Antwerpen |
| 2008 - 2009 | Bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren
Locatie(s) : Antwerpen |
| 2007 - 2008 | Bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren
Locatie(s) : Antwerpen |
| 2006 - 2007 | Bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren
Locatie(s) : Antwerpen |
| 2005 - 2006 | Bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren
Locatie(s) : Antwerpen |
| Terug naar zoekresultaten | E-mail Print Bewaren |
|---|