| Leerresultaten | Opleidingsdoelen in termen van kerncompetenties voor de master in industriële wetenschappen, elektronica.
Een master onderscheidt zich van de bachelor doordat hij bijkomende vaardigheden verworven heeft. Hij heeft zijn opgedane bachelorkennis kunnen upgraden naar een wetenschappelijk, academisch niveau, onder meer door zijn gevorderde beheersing van wiskundige technieken, zijn bekwaamheid om theoretische modellen te ontwikkelen en te gebruiken, zijn meer ontwikkeld vermogen om abstract te denken en zijn kennismaking met en deelname aan onderzoek.
Hij kan de evoluties en de technische veranderingen juist inschatten om niet uitsluitend op bestaande technieken terug te vallen, maar een houding aan te nemen van vernieuwing en creativiteit in zijn beroep. Hij staat dus meer dan de bachelor open voor nieuwe ideeën, technologieën en methodes; hij is creatiever ingesteld, en is leergieriger.
De bijkomend verworven vaardigheden laten hem toe om leidinggevende functies in bedrijven of onderzoeksinstellingen te bekleden. Hij moet alle stadia van een proces van probleemoplossing beheersen. Hij moet: een probleemstelling kunnen formuleren zelfstandig informatie verzamelen en verwerken een oplossing of oplossingsmethode formuleren de oplossing uitwerken en implementeren (ontwerpen in de ruime zin) het resultaat evalueren rapporteren.
We maken hierna onderscheid tussen technische vaardigheden (technical skills), gedragsvaardigheden (behaviour skills) en commerciële vaardigheden (business skills). De master heeft minstens dezelfde technische vaardigheden als de bachelor. Alleen heeft hij een doorgedreven technische specialisatie in ICT of automotive engineering (onze twee afstudeerrichtingen). We voorzien als speerpunten:
- Software engineering (UML, GUI)
- Embedded systems (System C, HW/SW codesign)
- Embedded software (Real time OS)
- Signaalbewerking
- Automotive engineering
Via de masterproef wordt één van deze specialisaties doorgedreven en uitgediept. Naast het verwerven van technische competenties is het werken in een multidisciplinaire omgeving met technologische, wetenschappelijke, maatschappelijke, economische, ergonomische, aspecten erg belangrijk.
De master moet de volgende gedragsvaardigheden hebben:
- Expressievaardigheden, zowel bij communicatie met collega‘s uit eigen specialiteit of andere specialisatie, als met opdrachtgevers of ondergeschikten. Deze expressievaardigheden moeten zowel mondeling, schriftelijk als in elektronische communicatie aanwezig zijn, in meerdere talen.
- Hij moet kunnen werken in teamverband.
- Hij moet kunnen onderhandelen.
- Hij moet kunnen leiding geven.
- Hij moet kunnen beslissen en risico‘s inschatten.
De master moet de volgende commerciële vaardigheden hebben:
- Hij moet basis-economische wetmatigheden begrijpen.
- Hij kent de principes van bedrijfsbeheer, met inachtneming van technische, financiële en menselijke overwegingen.
- Hij moet de marktsituatie leren inschatten, een verzadigde of een nichemarkt leren herkennen.
- Hij moet prijsbewust leren denken, een kostprijs en verkoopprijs kunnen schatten. Hij moet bekwaam zijn te oordelen tussen heterogene en tegenstrijdige factoren (kostprijs, kwaliteit, lange en korte termijnen, ).
- Hij moet een business plan kunnen opstellen, een begroting kunnen maken. |
|---|