| Leerresultaten | Opleidingsdoelstelling academische bachelor in industriële wetenschappen, in chemie.
In principe beoogt de academische bachelor een doorstroombachelor te zijn. De student kunnen, indien nodig, naar de arbeidsmarkt, maar de studie is georiënteerd op het behalen van de mastergraad als industrieel ingenieur.
De bacheloropleiding brengt de student tot een niveau van kennis en competenties op wetenschappelijk vlak, waardoor hij inzetbaar wordt en vlot kan functioneren in een breed spectrum van professionele taken in de chemische of biochemische industrie die op termijn kunnen leiden naar een leidinggevende functie, of waardoor hij kan doorstromen naar een masteropleiding.
De bacheloropleiding omvat 6 semesters waarvan in de eerste helft minstens 80 studiepunten gemeenschappelijk zijn voor alle opleidingen. Een wetenschappelijk project (10 studiepunten) bekroont dit eerste deel. In dit project onderzoekt de student de wetenschappelijke achtergrond van een technische realisatie. Het tweede deel (90 studiepunten) is opleidingsgericht. Het technologisch project sluit deze bacheloropleiding af.
De student wordt ook voorbereidt op het algemeen functioneren in het ingenieursberoep: communicatie, talen, boekhouding, recht, bedrijfskunde, productieorganisatie.
De opleiding is gericht op een zeer uitgebreide wetenschappelijke basiskennis en chemische basisvorming, aangevuld met parate kennis en praktische vaardigheden van de belangrijkste typische ‘engineering‘ technieken uit de chemische of biochemische procestechnologie. Voldoende aandacht gaat uit naar het verwerven van een noodzakelijke algemeen-technische bagage van de randdomeinen, die in technologische processen aan bod kunnen komen of noodzakelijk zijn. Met een combinatie van kennen en kunnen moet deze bachelor bekwaam zijn om zijn verworven inzicht en attitudes toe te passen om tot correcte handelingen en adequate besluitvorming te komen in de sterk uiteenlopende niet-voorspelbare bedrijfssituaties. Deze bachelor moet ook in staat zijn om zorgsystemen (zoals kwaliteitszorg, veiligheid en milieu) te beheersen, d.i. milieubewust en op een economische verantwoorde manier te kunnen ageren in bedrijfssituaties. Hij kan problemen situeren en aanpakken en oplossingen uit werken in teamverband en over vakgebieden heen. Niet de ver doorgedreven specialisatie op zich, maar wel de intellectuele capaciteiten en een uitgebalanceerde kennis van techniek en technologie zullen daarbij van toepassing zijn.
Hij is ook in staat om nieuwe opdrachten zelfstandig uit te voeren vanuit zijn bekwaamheid in het bestuderen van nieuwe processen of vanuit zijn opleiding om creatief om te gaan met zuinig geformuleerde informatie. Binnen de context van zijn functie in het bedrijfsleven kan hij zich verder specialiseren in een soms zeer enge niche. |
|---|