| Leerresultaten | In de opleiding tot bachelor in de kaderopleiding zijn 7 kerncompetenties te onderscheiden: 1. De hoofdverpleegkundige/hoofdvroedvrouw bezit de attitudes van een leidinggevende 2 De hoofdverpleegkundige/hoofdvroedvrouw staat borg voor een kwaliteitsvolle en professionele zorg op maat bij elke zorgvrager 3 De hoofdverpleegkundige/hoofdvroedvrouw kan leidinggevende taken uitvoeren, kan autonoom en zelfstandig beslissingen nemen en laten uitvoeren binnen zijn/haar bevoegdheidsdomein 4 De hoofdverpleegkundige/hoofdvroedvrouw communiceert vlot met patiënten, familie, collegae, andere zorgverleners, 5 De hoofdverpleegkundige/hoofdvroedvrouw werkt samen -ook interdisciplinair - om de algemene en de specifiek verpleegkundige/vroedkundige doelstellingen van het beleid mede te realiseren 6 De hoofdverpleegkundige/hoofdvroedvrouw organiseert, superviseert en coördineert de verschillende aspecten van de zorg 7 De hoofdverpleegkundige/hoofdvroedvrouw draagt bewust bij tot het bevorderen van de kwaliteit van de verpleegkundige/vroedkundige zorg Deze kerncompetenties worden verder opgedeeld in beroepsspecifieke competenties m.b.t de zorgfunctie, de beheersfunctie, de pedagogische functie, en de onderzoeksfunctie, Deze competenties werden in de Bamaprofielen van de Associatie KULeuven tot algemene en beroepsgerichte competenties ingepast. Specifieke trajecten Er zijn studietrajecten met specifieke onderwijs- en leervormen en met specifieke modaliteiten van begeleiding en aanbod voor werkstudenten zoals gedefinieerd artikel 2 punt 22 van het decreet betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en universiteiten in Vlaanderen van 05 maart 2008 |
|---|