| Leerresultaten | 1. Algemene competenties (*) Denk- en redeneervaardigheid, het vermogen tot verwerven en verwerken van informatie, het vermogen tot kritische reflectie en projectmatig werken, creativiteit, het kunnen uitvoeren van eenvoudige taken, het vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen, zowel aan specialisten als aan leken en een ingesteldheid tot levenslang leren. 2. Algemene beroepsgerichte competenties (*) Teamgericht kunnen werken, oplossingsgericht kunnen werken in de zin van het zelfstandig kunnen definiëren en analyseren van complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk en het kunnen ontwikkelen en toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën, en het besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangen met de beroepspraktijk. 3. Beroepsspecifieke competenties De initiële lerarenopleiding lager onderwijs (ILLO) beoogt het zelfstandig kunnen beheren van de leer- en ontwikkelingsprocessen bij lagere school-kinderen. Deze opleiding loopt in principe over 3 academiejaren, eventueel aangepast aan een individueel leertraject. Binnen de optiek van het verwerven van de basiscompetenties voor de beginnende leraar lager onderwijs bevat de opleiding 3 basiscomponenten: 1.Het verwerven van ondersteunende kennis, nodig voor het uitoefenen van het beroep van leraar in het lager onderwijs. Deze kennis bevat (1) theorie m.b.t. de vakken waarover onderwijsbevoegdheid wordt bekomen, (2) de bij deze theorie horende methodieken en (3) theorie m.b.t. ondersteunende leerinhouden. De bedoelde vakken zijn: Godsdienst, opvoedkunde, psychologie, didactiek, agogische vaardigheden, informatie- en communicatietechnologie, Nederlands, wiskunde, Frans, wereldoriëntatie (aardrijkskunde, geschiedenis, natuurwetenschappen), bewegingsopvoeding, muzikale opvoeding en beeldopvoeding. 2.Het verwerven van beroepsrelevante vaardigheden waarmee de verantwoordelijkheid t.a.v. de leerling van de lerende, de school(gemeenschap), de ouders en de maatschappij succesvol kan opgenomen worden (bevorderen van het leer- en ontwikkelingsproces bij de lerende, constructief werken in team binnen de schoolgemeenschap, verantwoord omgaan met de ouders/verzorgers, open cultuurparticipatie). 3.Het verwerven van beroepsrelevante attitudes in functie van voorbeeldgedrag en lerend leven. De lerarenopleiding ILLO streeft integratie, d.i. het spontaan toepassen en het in elkaar verweven van bovenstaande componenten na. Dit komt bij uitstek tot uiting in: - de (doorheen de opleiding steeds omvangrijker wordende) stagepraktijk; - het eindwerk (actiegericht onderzoek en/of studie met praktijkrelevante afleidingen) Via dit curriculum worden de volgende basiscompetenties voor de beginnende leraar LO gerealiseerd: 1. Het begeleiden van leer- en ontwikkelingsprocessen bij kinderen door alle componenten van het didactisch handelen doelgericht te kunnen hanteren. 2. Als opvoeder de persoonsontwikkeling van kinderen positief te beïnvloeden en dit ook bij moeilijk lerende kinderen. 3. Het beheersen, aanwenden en actualiseren en in context plaatsen van de basiskennis, nodig om de beoogde leer- en ontwikkelingsdomeinen te kunnen stimuleren. 4. Het organiseren en beheren van de leeromgeving als efficiënte, veilige en krachtige ontwikkelingsfactor voor de lerende. 5. Het zinvol en kritisch kunnen aanwenden van recente onderwijs-innovaties en bevindingen van onderwijskundig onderzoek in de eigen lespraktijk. 6. Het zorgzaam, ethisch verantwoord en constructief omgaan met de ouders/verzorgers van het kind; 7. Het collegiaal en resultaatgericht kunnen functioneren binnen het schoolteam. 8. Het kunnen leggen van contacten, overleggen en samenwerken met school-externe onderwijsbetrokken instanties. 9. Het zinvol kunnen deelnamen aan maatschappelijk overleg omtrent actuele onderwijskundige thema's. 10. Het kaderen, kritisch omgaan en deelnemen aan allerlei uitingen van cultuur (politiek, economie, kunst, wetenschap, levensbeschouwing) 11. Het als een enthousiast en bezielend persoon, georiënteerd op lerend leven, aanwezig zijn in de leeromgeving. 4. Specifieke trajecten Er zijn studietrajecten met specifieke onderwijs- en leervormen en met specifieke modaliteiten van begeleiding en aanbod voor werkstudenten zoals gedefinieerd artikel 2 punt 22 van het decreet betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en universiteiten in Vlaanderen van 05 maart 2008 (*): voor een gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar het Eindverslag van de werkgroep bamaprofielen van de associatie K.U.Leuven van 31 januari 2003. |
|---|