| Leerresultaten | De trefwoorden voor de Master-opleiding zijn: persoonlijkheid; wetenschappelijk, artistiek conceptueel onderzoek; conceptuele innovatie; zelfstandigheid, communicatie, sociaal-economische betrokkenheid.
De Master-student ontwikkelt deze intellectuele, artistieke, technische kennis en vaardigheden en attitudes i.f.v. de noodzakelijke - maatschappelijk en bedrijfs-economisch conceptuele product(-systeem)-innovatie. We definiëren het begrip 'design' hier op het tweede niveau, i.c. 'ontwerpen' in de zin van conceptueel-innoverend ontwikkelen van producten, systemen, diensten.
Hij beheerst na de opleiding de algemene en wetenschappelijke competenties zoals beschreven in het structuurdecreet voor de academische master.
De Master-student ontwikkelt hiertoe de volgende competenties
- Wetenschappelijke kennis en inzichten, op een persoonlijke wijze verworven en toepasbaar gemaakt. Dit op een breed terrein: van artistieke, over mens-wetenschappen naar exacte wetenschap.
- De student traint zijn kennis en vaardigheden op drie terreinen:
Technologische innovatie en product-innovatie.
Mens-Product-interactie, zowel ergonomisch als semantisch.
Experimenteel design: wetenschappelijke vinding, artistieke innovatie, trends, worden conceptueel vertaald.
- De afgestudeerde master is in staat samen met wetenschappers, designers of kunstenaars, maar ook autonoom, artistiek design-onderzoek te doen als basis voor innovatieve concepten en systeemoplossingen.
- Hij ontwikkelt en gebruikt hierbij een persoonlijke methode en stijl, die relevant is in de gegeven situatie.
- Hij is in staat om planmatig en methodisch te werken en strategieën te ontwikkelen voor een adekwate analyse en oplossing van gestelde problemen.
- De master kan deze concepten i.s.m. andere disciplines tot productie en commercialisatie brengen.
- Leiding-geven aan interdisciplinaire R&D-teams is hiervan tevens een onderdeel.
-Hij kan in de verschillende fazen, met allerlei betrokkenen (collegae, opdrachtgevers, uitvoerders, andere betrokken specialisten...) in verschillende vormen (schriftelijk, verbaal, beeldend, via ge-eigende presentatiemiddelen, ...) communiceren. |
|---|