| Leerresultaten | Algemene competenties: - Denk- en redeneervaardigheid: De afgestudeerde is in staat om zelfstandig en in overeenstemming met beroepsspecifieke inzichten, ervaringen, bevindingen en geplogenheden een kwaliteitsvolle redenering op te bouwen. - Vermogen tot kritische reflectie: De afgestudeerde is in staat het eigen functioneren te evalueren, er positieve en negatieve kanten in te identificeren en leerpunten te formuleren. De kritische reflectie impliceert een constructieve redenering die tot het bijsturen van het handelen kan leiden. De afgestudeerde is in staat de praktische grenzen van beroepsspecifieke inzichten en gebruiken te vatten en alternatieve werkwijzen in overweging te nemen. - Projectmatig werken en methodisch handelen in functie van creatieve kennisontwikkeling: De afgestudeerde is in staat om een voor hem/haar nieuw (niet eerder behandeld) probleem te analyseren,het te relateren aan reeds gekende en opgeloste problemen of een creatieve oplossing te genereren. Bij eventuele moeilijkheden wordt gericht naar hulp gevraagd - Courante leidinggevende taken uitvoeren: De afgestudeerde is in staat een werkplanning op te maken, een vergadering te leiden en doelgericht werken bij anderen te bevorderen. - Verwerven en verwerken van informatie: De afgestudeerde kan beroepsspecifieke informatie terugvinden en opzoeken, kan beroepsspecifieke informatie analyseren, kan in beroepsspecifieke bronnen het belang van informatie-elementen bepalen en synthetiseren en kan beroepsspecifieke informatie verwerven zodat het voor eigen toekomstig gebruik beschikbaar is. - Beroepsspecifiek redeneren: De afgestudeerde is in staat om zelfstandig en in overeenstemming met beroepsspecifieke inzichten, ervaringen, bevindingen en geplogenheden een kwaliteitsvolle redenering opbouwen. - Vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen: De afgestudeerde is in staat om in het Nederlands mondeling en schriftelijk over beroepsspecifieke onderwerpen communiceren met vertegenwoordigers van het eigen beroepenveld en met vertegenwoordigers van andere beroepenvelden. De afgestudeerde is in staat om mondeling en schriftelijk de eigen aanpak verantwoorden en hij kan op eenvoudige wijze de basisprincipes of de gevolgde werkmethode toelichten, zowel schriftelijk als mondeling. - Ingesteldheid tot levenslang leren: Inzicht hebben in de beperktheden van de eigen beroepsspecifieke competenties en de bereidheid om deze via het volgen van opleidingen weg te werken: De afgestudeerde identificeert op basis van een kritische reflectie op het eigen functioneren leerpunten en gaat op zoek naar wegen om de vastgestelde puntenweg te werken. De afgestudeerde is bereid om de eigen competenties door zelfstudie en deskundigheidsontwikkeling te verdiepen of te verbreden. Algemene beroepsgerichte competenties: - Teamgericht werken in een internationale, multiculturele en/of multidisciplinaire beroepsomgeving: De afgestudeerde is in staat in een multidisciplinair team een eigen constructieve inbreng te hebben en kan met respect voor de inbreng van de anderen in het team constructieve oplossingen voorstellen. - Oplossingsgericht werken in de zin van het zelfstandig definiëren en analyseren van complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk en het ontwikkelen en toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën: De afgestudeerde is in staat een breed gamma aan concrete beroepsspecifieke problemen op te lossen. De afgestudeerde analyseert hierbij methodisch de situatie en integreert interdisciplinair inzichten om tot een passende oplossing te komen. - Besef hebben van maatschappelijke verantwoordelijkheid, samenhangend met de toepassing van beroepsspecifieke inzichten en gebruiken. Beroepsspecifieke competenties: - De bachelor is een bouwdeskundige gesprekspartner. Hij is als bouwdeskundig gesprekspartner communicatievaardig. Hij is gericht op het oplossen van beroepsgerichte problemen. Hij is een bouwdeskundige met een technologische en technische bekwaamheid in de ruwbouw en de burgerlijke bouwkunde. Hij is een bouwdeskundige met een technologische en technische bekwaamheid in de afwerking, de technische bouwinstallaties en het energiemanagement van gebouwen. - De bachelor is een bouwdeskundige in de ontwerpfase van een bouwproject Hij is bekwaam in het tekenen van plannen, ter voorbereiding van constructiewerken, burgerlijke bouwkunde en bouwtechnische installaties. Hij is bekwaam om plannen te tekenen met tekensoftware. Hij is bekwaam om meetstaten op te stellen. - De bachelor is een uitvoeringstechnische leider op de werf Hij is bekwaam om rekening houdend met het budget, de termijnen en het wettelijk kader de uitvoering van een bouwwerk efficiënt te organiseren en te leiden. Hij is bekwaam om in te spelen op de acute noden van de werf. Hij is bekwaam om gebruik te maken van gangbare uitvoeringstechnieken conform de code van de goede praktijk. Hij is bekwaam om het afgeleverde werk te controleren. - De bachelor is een werfvoorbereider bij het management van het bouwproces Hij is bekwaam om de inrichting van de werf administratief voor te bereiden vertrekkend van het bouwdossier. Hij is bekwaam om de inrichting van de werf budgettair voor te bereiden op basis van het bouwdossier en de beschikbare productiemiddelen. Hij is bekwaam om de inrichting van de werf logistiek voor te bereiden en te plannen op basis van de werfverkenning. - De bachelor exploiteert en beheert een gebouw Hij is bekwaam om het gebouw op energiebewuste manier te beheren. Hij is bekwaam om het gebouw te exploiteren. Hij is bekwaam om het onderhoud, de renovatie of de herbestemming van het gebouw te organiseren |
|---|