| Leerresultaten | 1. Algemene competenties (*) Denk- en redeneervaardigheid, het vermogen tot verwerven en verwerken van informatie, het vermogen tot kritische reflectie en projectmatig werken, creativiteit, het kunnen uitvoeren van eenvoudige leidinggevende taken, het vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen, zowel aan specialisten als aan leken en een ingesteldheid tot levenslang leren. 2. Algemene beroepsgerichte competenties (*) Teamgericht kunnen werken, oplossingsgericht kunnen werken in de zin van het zelfstandig kunnen definiëren en analyseren van complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk en het kunnen ontwikkelen en toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën, en het besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangend met de beroepspraktijk. 3. Beroepsspecifieke competenties Doelstelling: Het werkterrein van een bachelor in de biomedische laboratoriumtechnologie situeert zich in de biomedische, biologische en farmaceutische sector. De afstudeerrichting MLT (medische laboratoriumtechnologie) leidt op tot het erkend beroep van medisch laboratoriumtechnoloog (KB dd 02.06.1993, gewijzigd op 04.07.2001). De afstudeerrichting FBT (farmaceutische en biologische technieken) leidt op tot laboratoriumtechnologen, voornamelijk actief in het onderzoeks- en ontwikkelingswerk van farmaceutische en biotechnologische centra of in aanverwante commerciële of educatieve beroepen. Het algemene doel van de opleiding is dan ook te formuleren als: ‘het vormen van professionele bachelors die het uitoefenen van technisch-wetenschappelijke activiteiten in de biomedische sector beheersen‘. De bachelor (m/v) in biomedische laboratoriumtechnologie kan volwaardig en zelfstandig functioneren op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar en bezit volgende beroepsspecifieke eindtermen: - beschikken over voldoende wetenschappelijke basiskennis in relatie tot het functioneren van levende organismen; - in staat zijn om nauwkeurig, betrouwbaar, kritisch, systematisch en efficiënt te werken, zelfs onder grote werkdruk; - werkzaamheden in medische bio(techno)logische of farmacologische laboratoria zelfstandig op een technisch-wetenschappelijke verantwoorde, veilige en kritische manier kunnen uitvoeren met aandacht voor de eisen van een georganiseerd kwaliteitssysteem; - onderzoeksresultaten en meetgegevens op een statistisch correcte manier kunnen verwerken; - vertrouwd zijn met de specifieke veiligheids-, milieutechnische en hygiënische aspecten van het werken in een medisch, bio(technologisch of farmacologisch laboratorium en de voorschriften terzake correct in praktijk kunnen toepassen; - routinematige laboratoriumonderzoeken degelijk kunnen plannen en binnen een redelijk tijdsbestek kunnen uitvoeren; - voldoende inzicht hebben in de grondslagen en achtergronden van de gebruikelijke technieken, software en apparatuur om zich op korte termijn in een nieuwe omgeving te kunnen inwerken. (*): voor een gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar het Eindverslag van de werkgroep bamaprofielen van de associatie K.U.Leuven van 31 januari 2003. |
|---|