| Leerresultaten | Studenten die deze opleiding met succes afronden, hebben de volgende competenties verworven:
Bedrijfsvertaler-tolk
I Meertalig Communicator
Als meertalig communicator kan de jonge professional in het Nederlands en in minstens drie vreemde talen:
- I.A zich zowel mondeling als schriftelijk doelmatig (= correct, duidelijk, gepast en aantrekkelijk)uitdrukken en anderen daarbij adviseren.
- I.B zakelijke informatie adequaat ontvangen, redigeren, vertalen en doorgeven.
- I.C instaan voor de interne en externe zakelijke communicatie.
II Informatiebeheerder
Als informatiebeheerder kan de jonge professional:
- II.A de voor een opdracht vereiste, eventueel meertalige, gegevens efficiënt ver-zamelen vanuit betrouwbare, relevante bronnen. Hij kan interpreteren welke informatie essentieel is om interne en externe bedrijfsprocessen probleemloos te laten verlopen.
- II.B zelfstandig deze geselecteerde gegevens verwerken tot direct bruikbare infor-matie. Bij die verwerking kan hij de informatie analyseren, structureren, syn-thetiseren en presenteren.
- II.C de verwerkte informatie beheren zodat die door alle rechthebbenden snel en efficiënt kan teruggevonden en geraadpleegd worden.
- II.D de verwerkte informatie laten doorstromen naar anderen, lacunes in de infor-matie en in de doorstroming ervan onderkennen, ze rapporteren en ze helpen oplossen.
- II.E hiervoor de gepaste ICT-tools gebruiken. Hij volgt de beroepsrelevante ont-wikkelingen op ICT-vlak en is in staat om zich nieuwe ICT-tools eigen te maken.
III Facilitator
Als facilitator kan de jonge professional:
- III.A snel en efficiënt administratieve taken onderkennen en uitvoeren waarbij de juiste prioriteiten gelegd worden om de taken binnen de deadlines af te wer-ken.
- III.B een project (reis, congres, evenement, vergadering,...) doeltreffend logistiek voorbereiden en opvolgen.
- III.C zowel zelfstandig als in team en vanuit een dienstverlenende ingesteldheid het bedrijf of de leidinggevende(n) logistieke ondersteuning bieden.
IV Coördinator
Als coördinator kan de jonge professional zowel zelfstandig als in team:
- IV.A dankzij een goed time management en de nodige stressbestendigheid de ver-antwoordelijkheid opnemen voor de planning en het beheer van het secretari-aat/kantoor en het doelgericht handelen bij anderen bevorderen.
- IV.B een project (reis, congres, evenement, vergadering,...) efficiënt organiseren, coördineren en vormgeven.
- IV.C de visie, strategie van de beleidsvoerders begrijpen, de draagwijdte ervan vat-ten zodat hij oplossingsgericht kan meedenken en de implementatie van het beleid adequaat en kwaliteitsgericht kan ondersteunen.
V Overkoepelende competenties
De jonge professional bereikt een hoge kwaliteit in de uitoefening van de verschillende beroepsrollen doordat hij in staat is:
- V.A een kwaliteitsvolle redenering op te bouwen, waarbij hij rekening houdt met beroepsspecifieke inzichten, ervaringen, bevindingen en gewoonten.
- V.B het eigen functioneren kritisch te evalueren en eventueel bij te sturen. Op basis van deze reflectie streeft hij ook naar een verdere (levenslange) ontwikkeling van de eigen competenties.
- V.C kwaliteitszorg integraal toe te passen: hij kan de effectiviteit en de efficiëntie van zijn plannen sturen, controleren, bijsturen en zelf tot nieuwe inzichten en procedures komen (PDCA). Hij controleert daarbij voortdurend input (gegevens bij start), throughput (proces) en output (resultaten).
- V.D in een multidisciplinair en/of multicultureel team een eigen constructieve inbreng te hebben. Hij kan met respect voor de inbreng van anderen in het team constructieve oplossingen voorstellen.
- V.E een breed gamma aan concrete beroepsspecifieke problemen met creativiteit en flexibiliteit op te lossen. Hij kan inschatten wanneer een beroep moet wor-den gedaan op externe deskundigheid.
- V.F ethische, normatieve en maatschappelijke vragen in concrete beroepssituaties te onderkennen en hierbij een beredeneerd standpunt in te nemen.
- V.G een bijdrage te leveren tot de kwaliteit van relaties met alle stakeholders van zijn beroepsomgeving doordat hij zich gemakkelijk kan inleven in de anderen en van daaruit klantgericht kan denken en handelen. Hij kan goed inschatten welke informatie aan wie doorgegeven kan worden.
- V.H goed in te schatten in hoeverre hij de werkuitvoering volledig zelfstandig kan en mag afhandelen, hoeveel initiatief hij zelf kan en mag nemen.
- V.I taken uit te voeren met aandacht voor alle deelelementen, hoe klein ook. Hij bereikt een hoge mate van correctheid en volledigheid in gegevens en proce-dures.
Management assistant
I Meertalig Communicator
Als meertalig communicator kan de jonge professional in het Nederlands en in minstens drie vreemde talen:
- I.A zich zowel mondeling als schriftelijk doelmatig (= correct, duidelijk, gepast en aantrekkelijk) uitdrukken en anderen daarbij adviseren.
- I.B zakelijke informatie adequaat ontvangen, redigeren, vertalen en doorgeven.
- I.C instaan voor de interne en externe zakelijke communicatie.
II Informatiebeheerder
Als informatiebeheerder kan de jonge professional:
- II.A de voor een opdracht vereiste, eventueel meertalige, gegevens efficiënt ver-zamelen vanuit betrouwbare, relevante bronnen. Hij kan interpreteren welke informatie essentieel is om interne en externe bedrijfsprocessen probleemloos te laten verlopen.
- II.B zelfstandig deze geselecteerde gegevens verwerken tot direct bruikbare infor-matie. Bij die verwerking kan hij de informatie analyseren, structureren, syn-thetiseren en presenteren.
- II.C de verwerkte informatie beheren zodat die door alle rechthebbenden snel en efficiënt kan teruggevonden en geraadpleegd worden.
- II.D de verwerkte informatie laten doorstromen naar anderen, lacunes in de infor-matie en in de doorstroming ervan onderkennen, ze rapporteren en ze helpen oplossen.
- II.E hiervoor de gepaste ICT-tools gebruiken. Hij volgt de beroepsrelevante ont-wikkelingen op ICT-vlak en is in staat om zich nieuwe ICT-tools eigen te maken.
III Facilitator
Als facilitator kan de jonge professional:
- III.A snel en efficiënt administratieve taken onderkennen en uitvoeren waarbij de juiste prioriteiten gelegd worden om de taken binnen de deadlines af te wer-ken.
- III.B een project (reis, congres, evenement, vergadering,...) doeltreffend logistiek voorbereiden en opvolgen.
- III.C zowel zelfstandig als in team en vanuit een dienstverlenende ingesteldheid het bedrijf of de leidinggevende(n) logistieke ondersteuning bieden.
IV Coördinator
Als coördinator kan de jonge professional zowel zelfstandig als in team:
- IV.A dankzij een goed time management en de nodige stressbestendigheid de ver-antwoordelijkheid opnemen voor de planning en het beheer van het secretari-aat/kantoor en het doelgericht handelen bij anderen bevorderen.
- IV.B een project (reis, congres, evenement, vergadering,...) efficiënt organiseren, coördineren en vormgeven.
- IV.C de visie, strategie van de beleidsvoerders begrijpen, de draagwijdte ervan vat-ten zodat hij oplossingsgericht kan meedenken en de implementatie van het beleid adequaat en kwaliteitsgericht kan ondersteunen.
V Overkoepelende competenties
De jonge professional bereikt een hoge kwaliteit in de uitoefening van de verschillende beroepsrollen doordat hij in staat is:
- V.A een kwaliteitsvolle redenering op te bouwen, waarbij hij rekening houdt met beroepsspecifieke inzichten, ervaringen, bevindingen en gewoonten.
- V.B het eigen functioneren kritisch te evalueren en eventueel bij te sturen. Op basis van deze reflectie streeft hij ook naar een verdere (levenslange) ontwikkeling van de eigen competenties.
- V.C kwaliteitszorg integraal toe te passen: hij kan de effectiviteit en de efficiëntie van zijn plannen sturen, controleren, bijsturen en zelf tot nieuwe inzichten en procedures komen (PDCA). Hij controleert daarbij voortdurend input (gegevens bij start), throughput (proces) en output (resultaten).
- V.D in een multidisciplinair en/of multicultureel team een eigen constructieve inbreng te hebben. Hij kan met respect voor de inbreng van anderen in het team constructieve oplossingen voorstellen.
- V.E een breed gamma aan concrete beroepsspecifieke problemen met creativiteit en flexibiliteit op te lossen. Hij kan inschatten wanneer een beroep moet wor-den gedaan op externe deskundigheid.
- V.F ethische, normatieve en maatschappelijke vragen in concrete beroepssituaties te onderkennen en hierbij een beredeneerd standpunt in te nemen.
- V.G een bijdrage te leveren tot de kwaliteit van relaties met alle stakeholders van zijn beroepsomgeving doordat hij zich gemakkelijk kan inleven in de anderen en van daaruit klantgericht kan denken en handelen. Hij kan goed inschatten welke informatie aan wie doorgegeven kan worden.
- V.H goed in te schatten in hoeverre hij de werkuitvoering volledig zelfstandig kan en mag afhandelen, hoeveel initiatief hij zelf kan en mag nemen.
- V.I taken uit te voeren met aandacht voor alle deelelementen, hoe klein ook. Hij bereikt een hoge mate van correctheid en volledigheid in gegevens en proce-dures.
|
|---|