| Leerresultaten | Studenten die de bachelor in de biomedische wetenschappen met succes afronden, hebben de volgende competenties verworven:
- De bachelor heeft kennis van en inzicht in de basisdisciplines die de levenswetenschappen ondersteunen (biologie, scheikunde, fysica, wiskunde, biochemie, informatica, genetische wetmatigheden, overervingswijzen en biostatistiek).
- De bachelor kan zowel zelfstandig als in groep een biomedische vraagstelling kritisch analyseren, omschrijven, beoordelen en is in staat oplossingen te formuleren uitgaande van verschillende interdisciplinaire invalshoeken.
- De bachelor heeft kennis van inzicht in methoden en technieken van onderzoek en analyse en is in staat om op een adequate wijze methoden en technieken van onderzoek en analyse te selecteren en deze nauwgezet toe te passen in de verschillende deelgebieden van de biomedische wetenschappen. De bachelor is hierbij in staat zorg te dragen voor eigen kwaliteitscontrole en verdere professionalisering en is computervaardig.
- De bachelor is in staat om een samenhangend, wetenschappelijk gefundeerd betoog te houden binnen het kennisdomein van de biomedische wetenschappen, gebruikmakend van de daartoe geëigende communicatiemiddelen en –technieken, en dit zowel met wetenschappers uit het eigen of aangrenzende vakgebieden als met brede maatschappelijke groeperingen, zowel schriftelijk als mondeling en zowel in de Nederlandse als in de Engelse taal.
- De bachelor is in staat om ethische en normatieve denkwijzen in het eigen wetenschappelijk denken te integreren.
- De bachelor is in staat zijn eigen leerprocessen te plannen, bewaken, sturen en te evalueren.
- De bachelor heeft kennis van en inzicht in de ontwikkeling, macro- en microscopische bouw, functie van weefsels en organen van het menselijk lichaam en is in staat deze structuren te herkennen en benoemen en aan de hand van deze structuren de normale werking van het menselijk lichaam te beschrijven.
- De bachelor heeft kennis van en inzicht in de morfologische, functionele, biochemische, genetische en fysiologische abnormaliteiten die aan de basis liggen van ziekten. De bachelor heeft eveneens kennis van en inzicht in de oorzaken van ziekten op bevolkingsniveau en de epidemiologische onderzoeksmethoden. De bachelor kan deze inzichten aanwenden om strategieën te verklaren die de mens ontwikkeld heeft om aan ziekten het hoofd te bieden alsook om het werkingsmechanisme, eigenschappen en effecten van een aantal geneesmiddelen te bespreken.
- De bachelor heeft kennis van en inzicht in de infectieuze natuur van bepaalde microbiële en parasitaire agentia die aan de basis liggen van ziekten, kan deze herkennen, hun pathogenese en epidemiologie begrijpen en opties voor diagnose en preventie kritisch evalueren.
|
|---|