| Leerresultaten | Vakspecifiek
De afgestudeerde master BI is de specialist die vanuit zijn bedrijfskundige vorming de informatiebehoeften kan identificeren en formuleren. Hiertoe moet hij volgende vakspecifieke eindcompetenties beheersen.
De master BI:
- moet de capaciteiten bezitten om een strategisch informatiebeleid te kunnen voeren. Hij kan strategische informatietechnologie - opportuniteiten in de organisatie identificeren, in nauwe samenhang met de bedrijfsstrategie.
- heeft een breed overzicht over de actueel beschikbare technologieën en hun karakteristieken, toepassingsmogelijkheden en -beperkingen en kan zo effectieve en hanteerbare ICT- architecturen ontwerpen in functie van de huidige en toekomstige informatiebehoeften, gelinkt aan de bedrijfsdoelstellingen.
- heeft voldoende analytisch vermogen om de bedrijfsactiviteiten door te lichten en/of te herstructureren en kan de meerwaarde van ICT voor die bedrijfsactiviteiten aanduiden.
- beschikt over de kennis van ICT en van methodes om de informatiesystemen te ontwikkelen en te implementeren.
- moet strategisch kunnen denken over bedrijven en hun marktpositie. Hij moet kunnen nagaan hoe ze een competitief voordeel kunnen ontwikkelen en hoe de vooropgestelde strategie succesvol kan uitgevoerd worden. De master beschikt over vaardigheden om strategische markt- en sectoranalyses uit te voeren. Daarnaast dient hij inzicht te hebben in de strategie en de organisatie van gediversifieerde en multinationale bedrijven.
- moet het ondernemingsgebeuren in zijn geheel kunnen vatten en kunnen evalueren. Hij moet de relaties tussen de basisfuncties van een organisatie zoals productie, verkoop, inkoop en financiën kunnen onderkennen en het geheel begrijpen in hun werking en in hun onderlinge samenhang.
- moet bij het ontwikkelen van oplossingen flexibel en creatief kunnen gebruik maken van kwantitatieve en bedrijfseconometrische methoden en technieken. Na een evaluatie van de gevonden oplossingen beschikt hij over communicatieve vaardigheden om de beste oplossingen te laten implementeren.
Vakoverschrijdend
De master moet zowel leercompetenties, cognitieve verwerkingscompetenties, communicatie- en groepsdynamische vaardigheden, wetenschappelijke competenties als ethische competenties ontwikkeld hebben:
De master moet de nodige vaardigheden en attitudes ontwikkeld hebben in het kader van levenslang leren. Hij moet autonoom nieuwe leerprocessen kunnen doorlopen en de zelfstandig opgebouwde kennis kunnen toepassen in uiteenlopende praktijksituaties. Hij moet kennis en vaardigheden flexibel en creatief kunnen aanwenden bij het oplossen van complexe, ook slecht gedefinieerde problemen.
De master moet een actieve bijdrage kunnen leveren aan projecten in teamverband. Hij moet leiding, richting en sturing kunnen geven aan individuen of aan een team. Hij maakt hierbij gebruik van goede schriftelijke en mondelinge communicatievaardigheden. Hij beschouwt diversiteit binnen teams als pluspunt.
De master moet spontaan een onderzoekende houding kunnen aannemen en moet in staat zijn om zelfstandig en kritisch vorm te geven aan onderzoek.
Hij is zich bewust van de ethische aspecten van zijn gedrag in het beroepsleven en kan ethische beslissingen nemen. |
|---|