| Leerresultaten | Opleidingsdoelen in termen van competenties:
A. Algemene competenties:
- De student kan beroepsspecifiek nadenken, redeneren en handelen in een multidisciplinaire omgeving van de beroepscontext.
- De student kan beroepsspecifieke informatie zelfstandig en kritisch verwerven en verwerken.
- De student kan vanuit een reflectieve basishouding stilstaan bij het eigen professionele handelen en de ontwikkeling hiervan. Hij heeft een kritische houding tegenover ontwikkelingen in het benaderen van autisme.
- De student kan planmatig en op een creatieve wijze oplossingen tot stand brengen voor vraagstukken uit de beroepspraktijk. Hij kan multidisciplinaire opdrachten projectmatig aanpakken.
- De student is in staat tot het uitvoeren van eenvoudige leidinggevende en managementtaken. Hij kan bijdragen aan een gepaste implementatie van de inhouden aangereikt in de opleiding.
- De student kan zowel verbaal als schriftelijk op een gepaste wijze communiceren rond inhoud en proces met medewerkers en cliënten. Hij kan deze contacten opbouwen en onderhouden.
- De student is in staat om, vanuit een reflectieve basishouding, zichzelf te sturen in zijn persoonlijke beroepsontwikkeling.
- De student is in staat inzichten toe te passen van beschikbare (wetenschappelijke) theorieën, concepten en onderzoeksresulaten bij vraagstukken uit zijn praktijk.
- De student is in staat om anderstalige literatuur te raadplegen.
B. Algemene beroepsgerichte competenties:
- De student kan vanuit het perspectief van complementariteit in een team functioneren. Hij kan hierbij zijn krachten inzetten en naast inhoudelijke ook procesmatige aspecten hanteren.
- De student kan complexe probleemsituaties zelfstandig en in overleg analyseren. Hij kan vanuit zijn deskundigheid/creativiteit gepaste oplossingen voorstellen en kan een onderbouwde keuze maken uit alternatieven.
- De student kan m.b.t. beroepsmatige, ethische en maatschappelijke vragen een afweging maken die past bij de paradigma's die leven binnen onderwijs en hulpverlening in de samenleving van vandaag.De student kan gedrag verklaren en begrijpen via ijsbergdenken door elementen van de triade van Wing, specifieke wijze van denken en waarnemen en intrapersoonlijke kenmerken een plaats te geven.
C. Beroepsspecifieke competenties:
-
De student kan met respect voor de rechten, de waardigheid en de gelijkwaardigheid van mensen met autisme zelfstandig een onderzoek (formeel en informeel) opzetten en uitvoeren.
-
De student is in staat om verschillende hypothesen omtrent de functie van gedrag te formuleren.
-
De student is in staat om een hulpaanbod welk past bij de client af te wegen en in dit perspectief de Sociale kaart (de organisatie van de hulpverlening en maatschappelijke voorzieningen binnen het autismewerkveld) te hanteren.
-
De student kan functionele leerdoelen formuleren, deze uitwerken, aanbieden, evalueren en bijsturen. Hij kan dit formuleren op korte, middellange en lange termijn.
-
De student kan de transfer maken tussen aan autisme gerelateerde theorieën en modellen en de praktijk.
-
De student kan gedrag verklaren en begrijpen via ijsbergdenken door elementen van de triade van Wing, specifieke wijze van denken en waarnemen en intrapersoonlijke kenmerken een plaats te geven.
-
De student kan de eigen vorm van communicatie afstemmen op de communicatie van personen met ASS.
-
De student is ortho(ped)agogisch competent in de omgang met mensen met ASS. De student kan omgaan met de mogelijkheden en tekorten op het terrein van redzaamheid, waarneming, denken, communicatie en sociale interactie bij personen met ASS.
-
De student kan op maat ondersteunende communicatie opzetten, uitvoeren, analyseren en evalueren.
-
De student kan op maat verduidelijking aanbrengen in de leef-, leer- en werkomgeving. Hij kan de verduidelijking analyseren, uitvoeren en evalueren.
-
De student kan zijn inzichten met betrekking tot de cognitieve stijl bij personen met ASS op de sociaal-emotionele ontwikkeling, op de sociale interactie en de communicatie, expliciteren en een plek geven in zijn praktijk.
-
De student kan samenwerken met alle betrokkenen binnen het gezin en netwerk van de persoon met ASS.
-
De student kan als spil de samenwerking op school-, werk, en leefniveau op elkaar afstemmen.
-
De student kan een hypothese en/of een advies, zowel schriftelijk als mondeling, helder en ondubbelzinnig communiceren naar zowel cliënten, autismespecialisten als niet autismespecialisten.
-
De student kan een bijdrage leveren aan de professionalisering/sensibilisering van collega's door zijn keuzes te expliciteren en te verantwoorden.
-
De student kan het specifieke van ASS vertalen op een gepaste wijze in het team/netwerk.
|
|---|