| Leerresultaten | Opleidingsdoelen in termen van competenties:
A. Algemene competenties:
- De student kan strategisch redeneren.
- De student kancreatief denken.
- De student kanmeertalig communiceren.
- De student kan informatie kritisch verwerven en verwerken.
- De student is in staat enige vorm van leiding te geven.
B. Algemene beroepsgerichte competenties:
- De student kan teamgericht werken.
- De student kan oplossingsgericht werken.
- In samenhang met de beroepspraktijk kan de student maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen.
C. Beroepsspecifieke competenties:
- De student is taalvaardig op zowel mondeling als schriftelijk niveau.
- De student is geïnteresseerd in nieuws en volgt en kent de actualiteit en recente ontwikkelingen aan de hand van de belangrijkste nieuwskanalen.
- De student heeft een ruime kijk op de wereld en kent de maatschappelijke ontwikkelingen.
- De student kan de journalistieke producten kaderen in het medialandschap in de ruime zin.
- De student kan kritisch nadenken over eigen en andere journalistieke producten en staat open voor voortdurende bijsturing.
- De student kan samenwerken met anderen en toont voldoende verantwoordelijkheidszin en collegialiteit om een groepsproduct tot een goed einde te brengen.
- Research en informatieverzameling: zoeken, vinden en selecteren van relevante, geschreven en digitale bronnen en van relevante informanten. De student doet dat i.f.v. het journalistieke product en het medium, en desnoods onder tijdsdruk. Hiervoor beheerst hij o.m. interviewtechnieken.
- Reproductieve informatieverwerking en -verstrekking: registreren, selecteren, analyseren en synthetiseren van de voor zijn doelgroep relevante informatie. De student kan registreren met inzicht in informatie- en databestanden van voor de redactie relevante informatie, en vulgariserend met tekst- en beeldmateriaal omgaan.
- De student kan anderstalige bronnen zoeken, raadplegen, analyseren en bewerken voor journalistieke doeleinden.
- De student kan volwaardige journalistieke producten maken volgens de inhoudelijke, redactionele en vormelijke eisen van het medium. Voor productie en productie-assistentie betekent dit: het kennen van de productie van gedrukte media, van televisie- en radioprogramma's en van on-line media en er actief aan meewerken.
- De student kan volwaardige journalistieke producten maken volgens de inhoudelijke, redactionele en vormelijke eisen van het medium. Voor presentatie betekent dit: vertrouwd zijn met beeldtaal door inzicht in beeldcultuur: vlot communiceren voor micro en camera, vertrouwd zijn met radiotaal.
- De student kan zelfstandig aan een journalistiek eindproduct werken.
|
|---|