| Leerresultaten | Opleidingsdoelen in termen van competenties:
A. Algemene competenties:
- Het vermogen om een situatie in te schatten, op te splitsen in al zijn deelaspecten en te analyseren om de logische structuur, de onderlinge relaties en beïnvloeding te ontrafelen en te begrijpen.
- Het vermogen om uit de veelheid van feiten en gegevens, ook ogenschijnlijk niet gerelateerde, tot een globaal inzicht te komen en een duidelijke samenhang te destilleren.
- Het vermogen om afstand te nemen van de operationele hier en nu situatie om toekomstgericht alternatieven en opportuniteiten te zien en tot nieuwe conceptuele inzichten te komen.
- Het op een efficiënte en gestructureerde manier op zoek gaan naar kwalitatieve en kwantitatieve informatie functioneel gebruik makend van ICT mogelijkheden zoals internet, bestandsbeheer en informatieve databanken alsook klassieke informatiekanalen.
- Het aanwenden van relaties en netwerken in functie van het verzamelen en delen van informatie.
- Het gebruiken van geschikte tools: al dan niet elektronische informatie-, communicatie- en organisatietechnieken.
- Het vermogen om zijn eigen mogelijkheden, grenzen, beperkingen en tekortkomingen te kunnen inschatten en bijsturen.
- Het reflecteren rond besluitvorming en gehanteerde aanpak, werkmethoden en processen.
- Het met de nodige kritische zin bekijken van (tussen)resultaten en daar waar nodig verbeteringen en alternatieven aan brengen.
- Pro-actief handelen, het afstand nemen van bestaande ideeën en opvattingen, het zelf nemen van initiatieven.
- Het identificeren van problemen en opportuniteiten, alternatieven overwegen en het genereren van geschikte oplossingen.
- Het efficiënt opmaken van een actieplan met duidelijke doelen, prioriteiten, timing, middelen, mensen, methodieken ...
- Het beheersen en hanteren van technieken in het kader van projectwerking (quality tools, out-of-the-box denken, creatieve denktechnieken ...)
- Het controleren van voortgang en resultaten, het coördineren van het werkproces of een project en bijsturen waar nodig om een zo optimaal mogelijk resultaat te bekomen.
- Het motiveren en sturen van mensen om efficiënt samen aan iets te werken en dat tot een goed eindresultaat te brengen.
- Het naar voor brengen van standpunten of beslissing en deze verdedigen/beargumenteren.
- Het nemen van initiatief en verantwoordelijkheid m.b.t. de werking en de permanente verbetering van de organisatie.
- Het vermogen om aan individuen en/of de groepen ondersteuning te bieden alsook een luisterend oor, in functie van vooruitgang, efficiëntie en productiviteit.
- Het hanteren van een effeciënte conflictbehandeling.
- Het delegeren van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden met aandacht voor de competenties van de personen.
- Het efficiënt en effectief, gestructureerd en onderbouwd, mondeling en/of schriftelijk overbrengen van gegevens, ideeën of meningen aan een bepaald doelpubliek in een correcte taal.
- Het vlot hanteren en functioneel gebruiken van de verschillende (multi)-media en ICT toepassingen.
- Het beheersen van zowel verbale als non-verbale communicatie.
- In contacten met stakeholders efficiënt kunnen vergaderen, onderhandelen, bemiddelen, overtuigen ...
- Het communiceren in meerdere talen met de verschillende stakeholders.
- Het definiëren, opzetten, uitvoeren, analyseren en interpreteren van onderzoek gebruik makend van gepaste methoden en technieken.
- Het aansturen van het eigen leerproces en gericht zijn op zelfontwikkeling.
- Het verbreden en verdiepen van de eigen competenties door zelfstudie en deskundigheidsontwikkeling.
- Het constructief kunnen omgaan met spanningen en conflicten.
- Persoonlijke belangen ondergeschikt stellen aan groepsbelangen.
- Het vermogen om als volwaardig groepslid efficiënt en effectief samen te werken.
- Het oog hebben voor, flexibel reageren en/of anticiperen op verandering.
- Het kunnen omgaan met stress.
- Het opnemen van verantwoording betreffende eigen handelen.
- Het voor zichzelf stellen van uitdagende doelstellingen en actief gericht zijn op het behalen van steeds betere resultaten. De gedrevenheid om in te grijpen bij tegenvallende resultaten.
- Het vermogen om in uiteenlopende omstandigheden beslissingen te nemen.
- Het vermogen liever uit zichzelf te beginnen dan passief af te wachten.
- Het hanteren van een correct tijdsmanagement.
- Het leveren van een bijdrage aan de verdere professionalisering van de branche.
- Het ontwikkelen van een beroepshouding met aandacht voor houding en voorkomen, normatief-culturele aspecten, respect voor anderen, beroepsethiek en -deontologie.
B. Algemene beroepsgerichte competenties:
- Het vertonen van een uitgesproken klantgerichtheid en het hanteren van een passend stakeholdermanagement.
- Het hanteren van de regels van duurzaam ondernemen.
- Het hebben van aandacht voor en het gepast reageren op veranderingen in de maatschappij.
- Het zich integreren in uiteenlopende internationale omgevingen.
- Het hebben van inzicht in interculturele samenlevingsaspecten binnen een Europese en internationale context.
- Vanuit een visie een strategie kunnen uitstippelen.
- Het kunnen vertalen van strategische doelstellingen van de onderneming naar de departementale context en het team.
- Het in staat zijn de onderneming aan te sturen op domeinen zoals financiën, HRM, juridisch, marketing, kwaliteitszorg ...
C. Beroepsspecifieke competenties:
- Het kunnen implemeteren van sectorspecifieke organisatievormen en kwaliteitssystemen.
- Het vlot hanteren en functioneel kunnen toepassen van hotel- en horecaspecifieke software.
- Het vertrouwd zijn met en het kunnen toepassen van de specifieke hospitality terminologie en dit in meerdere vreemde talen.
- Het analyseren en interpreteren van bestaande F&B-operaties en het toepassen van verbeteringen met het oog op een optimaal bedrijfsresultaat, rekeninghoudend met recente inzichten en nieuwe technologieën in de hospitality industry.
- Het analyseren en interpreteren van bestaande rooms division-operaties en het toepassen van verbeteringen met het oog op een optimaal bedrijfsresultaat, rekeninghoudend met recente inzichten en nieuwe technologieën in de hospitality industry.
- Het herkennen en bijhouden van de evoluties in de hospitalitysector en deze kunnen implementeren.
- Het hanteren en opvolgen van de voor de sector specifieke wetgeving: CAO, vestigingswetten, functiekwalificaties, handelsrecht .
- Het kunnen gebruiken van voor de sector specifieke financiële technieken en instrumenten.
- Het kunnen gebruiken van voor de sector specifieke commerciële technieken en instrumenten.
- Het op de hoogte zijn, gebruiken en opvolgen van sectorgebonden HRM geplogenheden.
- Het managen van gastvrijheidsoperaties.
- Het bezitten van een gastvrije en dienstverlenende instelling.
|
|---|