| Leerresultaten | Doelstelling
De opleiding Bachelor in de Chemie stelt zich tot doel deskundigen te vormen op het vlak van chemisch laboratoriumonderzoek, op het niveau van de professioneel gerichte bachelor, zoals omschreven in art. 58 van het structuurdecreet. Zij zijn na afstuderen in staat mee te werken aan het opzetten, optimaliseren en bewaken van productie- en syntheseprocessen en te assisteren bij wetenschappelijk onderzoek.
Competenties
De bachelor (m/v) in de Chemie kan volwaardig en zelfstandig functioneren op het niveau van een beginnende beroepsbeoefenaar en bezit volgende competenties:
Algemene competenties:
- De afgestudeerde is in staat om zelfstandig een kwaliteitsvolle redenering op te bouwen. De afgestudeerde kan allerlei bronnen (boeken, tijdschriften, elektronische databanken,...) raadplegen, informatie opzoeken, hieruit selecteren en een analyse maken.
- De afgestudeerde is in staat kritisch te reflecteren over het maatschappelijk gebeuren, over verwachtingen, waarden en normen bij zichzelf en in zijn leefwereld, de omgeving en de samenleving en over het eigen functioneren.
- De afgestudeerde is in staat vanuit positieve en negatieve evaluatiepunten het eigen handelen te oriënteren.
- De afgestudeerde is in staat om beperkingen van verworven inzichten en gebruiken te begrijpen en is bereid alternatieven te overwegen.
- De afgestudeerde is in staat om een voor hem/haar nieuw probleem te analyseren, het in verband te brengen met reeds gekende en opgeloste problemen om creatief het probleem op te lossen. Indien nodig kan hij/zij gericht hulp zoeken.
- De afgestudeerde is in staat een werkplanning op te maken, een vergadering te leiden en doelgericht samenwerken te bevorderen.
- De afgestudeerde beschikt over het vermogen om informatie, ideeën en oplossingen te communiceren, zowel aan specialisten als aan leken. Hij kan daarbij de eigen aanpak verantwoorden.
- De afgestudeerde identificeert op basis van zelfreflectie verbeterpunten in het eigen handelen en gaat op zoek naar wegen om hieraan te werken.
- De afgestudeerde is bereid om levenslang te leren.
Algemene beroepsgerichte competenties:
- De afgestudeerde is in staat in een multidisciplinair team een eigen constructieve inbreng te hebben met respect voor de inbreng van de anderen in het team.
- De afgestudeerde is in staat concrete beroepsproblemen op te lossen.
- De afgestudeerde is zich bewust van de maatschappelijke en ethische implicaties bij verschillende mogelijkheden om een probleem op te lossen.
- De afgestudeerde is in staat om een voor hem/haar nieuw wetenschappelijk/technisch probleem te analyseren, het in verband te brengen met reeds gekende en opgeloste problemen om creatief het wetenschappelijk/technisch probleem op te lossen. Indien nodig kan hij/zij gericht hulp zoeken.
Beroepsspecifieke competenties:
- De afgestudeerde heeft voldoende wetenschappelijke en technische basiskennis en inzichten om logisch te redeneren.
- De afgestudeerde heeft door opleiding en ervaring kennis opgebouwd om apparatuur en technieken te gebruiken en is daardoor direct inzetbaar en hij bezit kennis van ICT om met gebruikelijke programma‘s te kunnen werken.
- De afgestudeerde is op de hoogte van de eisen met betrekking tot veiligheid, milieu, arbeidsomstandigheden en kwaliteitszorg en houdt daarmee rekening bij zijn werkzaamheden; hij is zich bewust van zijn eigen verantwoordelijkheid en de gevolgen van zijn handelen.
- De afgestudeerde kan de vakterminologie gebruiken en (engelse) vakliteratuur lezen en verstaan, om werkmethoden toe te lichten, om in discussie te treden met (vak)specialisten en leken.
- De afgestudeerde staat open voor wetenschappelijke en technische ontwikkelingen en kan hier aan meewerken als lid van een team.
Als laboratoriumtechnoloog:
- beschikt hij over een goede wiskundige, statistische en fysicochemische basiskennis
- beschikt hij over een elementaire kennis en vaardigheden van celbiologie en microbiologie
- kan hij titrimetrische, gravimetrische, spectrometrische en elektrochemische analyses uitvoeren en een door hem geregistreerd chromatogram (DLC, GC, HPLC) interpreteren;
- kan hij na monstername analyses uitvoeren en meetresultaten verwerken;
- kan hij resultaten kritisch interpreteren en rapporteren;
- kan hij zich vergewissen van de goede werking van de apparatuur;
- heeft hij kennis van de belangrijkste scheidingstechnieken (unit operations), kan hij scheidingen uitvoeren en stofbalansen opstellen;
- kan hij organische syntheses uitvoeren;
- beschikt hij over een brede kennis van macromoleculen en biomoleculen;
- kan hij assisteren bij wetenschappelijk onderzoek
In zijn functie als chemicus:
- kan voor syntheses en analyses in overleg de gepaste apparatuur gebruiken en opstellingen maken en heeft hij een basiskennis van elektronische schakelingen;
- kan MS-, NMR-, IR-, en UV-spectra voor de analyse van organische moleculen interpreteren;
- bezit basiskennis van de chemische aspecten van een bedrijf, zoals producties en controles hierop;
- bezit een grondige kennis van polymeren en kan bijgevolg het gedrag en de eigenschappen van polymeren begrijpen en eventueel verklaren;
- kan de resultaten van een aantal karakteriseringsproeven toegepast op kunststoffen interpreteren.
In zijn functie als biochemicus:
- heeft een algemene kennis van de microbiologie en kan microbiologische analyses in overleg plannen, uitvoeren en de resultaten rapporteren en interpreteren
- is op de hoogte van de HACCP wetgeving en handelt ernaar;
- kan meehelpen aan het realiseren van biotechnologische toepassingen: gentechnologische manipulaties met DNA en eiwitten;
- kan de benodigde informatie over DNA/proteïnen/ opzoeken in databases op het internet en kan deze data interpreteren (BLAST/Rasmol).
In zijn functie als milieuchemicus:
- beschikt hij over een algemene kennis van ecologie, biodiversiteit en natuurbehoud;
- heeft hij de kennis en vaardigheden om milieuverontreinigingen aan te pakken, de bijhorende analyses en milieutechnologische technieken uit te voeren;
- kan hij microbiële en biologische analyses uitvoeren
- kan hij meewerken aan preventie, sanering en bewustmaking;
- is hij op de hoogte van de milieuwetgeving en kan hij bijstand verlenen bij de handhaving ervan.
In zijn functie als procestechnoloog:
- kan hij processchema‘s begrijpen;
- kan hij het procesverloop opvolgen en bijsturen;
- kan hij wijzigingen in het procesverloop inschatten naar veiligheid en milieu-impact;
- stalen nemen tijdens het lopend proces en de analyseresultaten ervan interpreteren in functie van het procesverloop;
- kan hij alarmsituaties interpreteren en adequaat reageren;
- kan hij meewerken aan het opschalen van een productie;
- heeft hij een kennis van analoge en digitale elektronica en kan hij elektronische schema‘s interpreteren en bouwen;
- kan hij elektronische controlepanelen lezen en sturingsprogramma‘s begrijpen;
- heeft hij inzicht in materie- en energietransportsystemen;
- kan hij regelkringen analyseren en regelparameters instellen. |
|---|