| Leerresultaten | Doelstellingen en eindtermen:
Kerncompetenties
De student:
- toont attitudes van een beroepsbeoefenaar binnen de verschillende domeinen van pediatrische zorgverlening.
- integreert binnen haar zorgfunctie preventieve maatregelen naar kind en ouders toe. biedt op een professionele wijze zorg op maat aan het zieke kind en zijn ouders.
- kan autonoom en zelfstandig beslissingen nemen binnen de zorgsituatie.kan kan op een professionele wijze communiceren met kinderen, ouders, collega‘s en andere zorgverleners.
- werkt als teamwerker intra- en interdisciplinair samen om de visie en de doelen van het beleid binnen de pediatrische zorg te realiseren. organiseert en coördineert de diverse aspecten van de pediatrische zorg op microniveau (kind en ouders), op meso-niveau (afdeling en intramuraal) en op macroniveau (extramuraal en maatschappelijk).
- levert een actieve bijdrage aan het bevorderen van de kwaliteit van de verpleegkundige zorgen in het kader van de pediatrische zorg.
Deze kerncompetenties kunnen we verder onderverdelen in competenties.
Competenties m.b.t de zorgfunctie
De student:
- kan wetenschappelijk onderbouwde kennis hanteren betreffende medische, verpleegkundige en psychosociale aspecten binnen de verschillende subspecialismen van pediatrische zorgverlening.
- op een systematische manier gegevens verzamelen in kader van het verpleegkundig proces.
- kan zorgbehoeften en problemen vaststellen van het kind en diens ouders gebruik makend van wetenschappelijke kennis, protocollen en standaarden gebaseerd op evidence based nursing.
- kan differentiëren tussen verpleegdiagnoses waar je als verpleegkundige zelf verantwoordelijk bent en gezamenlijke problemen waar je samen met de arts en andere zorgverstrekkers werkt aan een breder medisch en paramedisch beleid.
- een verpleegplan kunnen opstellen op basis van deze verpleegkundige diagnoses en gezamenlijke problemen, zowel in acute als in chronische situaties.
- kan gepaste psychosociale begeleiding verlenen aan kinderen en familie en kan zich kunnen inleven in de gevoelssituatie van anderen met respect voor privacy en geloofsovertuiging van het kind en zijn familie. |
|---|