| Leerresultaten | Binnen de doelstellingen wordt een onderscheid gemaakt tussen het ontwikkelen van een generiek vakoverschrijdende kennis en bewustzijn enerzijds en het leren beheersen van domeinspecifieke economische vaardigheden en technieken anderzijds.
Vakoverschrijdende doelstellingen:
-De opleiding bekwaamt de student in wetenschappelijk onderzoek en vormt de persoonlijkheid van de student. In de opleiding gaat aandacht naar het internationaal karakter van de samenleving in het algemeen en de economie in het bijzonder.
-Het onderwijs heeft aandacht voor mondelinge en schriftelijke rapporterings- en communicatievaardigheden en leidt tot een kritische ingesteldheid.
-De opleiding is geen eindpunt.
Domeinspecifieke doelstellingen:
-De opleiding bevordert in eerste instantie de economische geletterdheid.
-De student moet in staat zijn om economische samenhang te begrijpen.
-De opleiding geeft inzicht in de rol van markten en instituties op economische prestaties.
-De opleiding brengt de student begrip bij van mogelijkheden voor ingrijpen in het economisch proces.
-De opleiding biedt inzicht in het fuctioneren van ondernemingen en not-for-profit-instellingen in specifieke markten.
-De opleiding bereidt de student voor op het werken binnen en met bedrijven.
-De opleiding oefent de student in strategisch denken.
-De opleiding is algemeen vormend.
-De opleiding bereid de student voor op een adequate deelname aan het maatschappelijk verkeer.
-De opleiding schept een kader voor learning by doing.
-De opleiding bereidt de student voor op een inschakkeling in het beroepsleven.
-De opleiding sluit aan bij breed aanvaarde wetenschappelijke inzichten.
De opleiding brengt een afgestudeerde voort die:
-over kennis en inzicht beschikt in het economisch systeem en in de rol van markten, instituties, ondernemingen en individuen daarbij.
-kennis heeft van en inzicht heeft in de aanverwante wetenschappen en in staat is om het economisch perspectief tegenover andere (sociaal-) wetenschappelijke benaderingen te plaatsen.
-in staat is om zijn economische en algemene kennis te vertalen naar een specifiek probleem, en uitgaande van die kennis waar nodig nieuwe oplossingen te ontwikkelen en daardoor die kennis verder uit te breiden.
-in staat is om zijn bevindingen op een adequate manier mondeling en schriftelijk te presenteren en de beleidsmatige consequenties van de bevindingen te formuleren.
-in staat is om individueel of samen met anderen een eigen onderneming op te starten, en daarbij rekening te houden met onder andere de bedrijfseconomische, organisatorische, commerciële en juridische voorwaarden en regels.
-kan anticiperen op veranderingen in de marktomgeving en op organisatorische problemen in of rond de onderneming en zonodig oplossingen voorstellen.
-door literatuurstudie en permanente vorming zijn kennis bijhoudt van methoden en toepassingsmogelijkheden op één of meer onderdelen van de economie.
-vlot communiceert met alle geledingen van de onderneming, en in het bijzonder met de verantwoordelijken voor de productie-, technologische en informaticabeslissingen binnen de onderneming zodat hij met kennis van zaken keuzes kan maken of begrijpen.
-zijn technologische en informatieverwerkende inzichten integreert in het beheer en de functionele gebieden van het bedrijf (marketing, human resources, finance,...).
-door het gebruik van kwantitatieve methoden en informatiemodellen bedrijfsprocessen kan ontwerpen, modelleren en beheren, daarbij waar en wanneer nodig gebruikmakend van informatica-oplossingen.
|
|---|