| Leerresultaten | Samenwerking tussen VUBrussel, K.U.Leuven, UGent en UA - verankerd aan de VUB
Na het volgen van de opleiding dienen de afgestudeerden de volgende kennis te bezitten:
- de plaats van de archivistiek als wetenschappelijke discipline ten opzichte van andere wetenschappen (bibliotheekwetenschappen, informatie- en kennismanagement, geschiedenis, organisatie- en bestuurskunde...).
- actuele algemene theoretische principes en methodologieën van de archivistiek, meer bepaald op het gebied van de opbouw van archiveringssystemen, de creatie van stukken, verwerving, overdracht, ordening en beschrijving, terbeschikkingstelling, selectie, vernietiging en materiële bewaring, alsmede van de standaarden die daarbij gehanteerd worden.
- principes van informatievoorziening, informatietechnologie en automatisering, met bijzondere aandacht voor applicaties van geautomatiseerde documentbeheerssystemen.
- de organisatie van het archiefwezen, zowel beschouwd vanuit een historisch perspectief als vanuit een hedendaags perspectief, inbegrepen de recente ontwikkelingen in verband met het archiefbeleid, zowel nationaal als internationaal.
- wet- en regelgeving op het vlak van erfgoedbeheer in het algemeen en archiefwetgeving, informatie- en archiefrecht in het bijzonder (met inbegrip van vraagstukken in verband met privacy, openbaarheid van bestuur, auteursrecht, reprografierecht, enz.).
- archiefvorming in het algemeen en van registratuur-, ordenings- en ontsluitingssystemen in het bijzonder. - technieken van organisatorische analyse (met inbegrip van structuuranalyse en analyse van werkprocessen) nodig voor documentbeheer.
- het gebruik en de categorieën van gebruikers van archieven voor onderzoek, valorisatie en culturele ontsluiting.
- archiveringsstrategieën ten aanzien van niet-conventionele informatiebronnen (audio-visuele, elektronische, enz.) en risicomanagement in verband met erfgoed.
- de deontologie van de archivaris en de documentbeheerder.
En over de vaardigheden te beschikken om
- de principes van de archivistiek in een breed perspectief toe te passen op archieven (op conventionele zowel als op nieuwe dragers), en meer in het bijzonder:
- een theoretisch aspect van de archivistiek te bestuderen en hierover te rapporteren (principes, bronnentypologie, selectiecriteria, toegankelijkheid, beschrijvingsstandaarden, enz.) en daartoe het bibliografisch apparaat kunnen hanteren - de dynamische en statische documentbeheerspolitiek in een administratie (overheid of bedrijf) te ontwerpen, in staat zijn om een archiefbewerkingsplan en een digitaal archiveringsplan op te stellen, archief- en documentbeheerssystemen te kiezen en de implementatie ervan te regisseren.
- het archieftoezicht en een archiefconsultancy over alle aspecten van archiefbeheer (gaande van de creatie van documenten tot de permanente bewaring ervan) op een efficiënte wijze kunnen organiseren
- een wetenschappelijk gefundeerde acquisitiepolitiek voor een archiefdienst te ontwikkelen en uit te voeren, meer bepaald in het kader van een ruimer erfgoedbeleid, met aandacht voor de bewaring op langere termijn
- op een wetenschappelijk verantwoorde manier statische archieven te ordenen en te beschrijven, het zij in een klassieke, het zij in een elektronische omgeving, overeenkomstig internationaal erkende standaarden. Dit impliceert het kunnen reconstrueren van de institutionele geschiedenis van de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke instellingen (organisatie, bevoegdheden, taakstelling, procedures) - op een wetenschappelijk verantwoorde manier te selecteren in dynamisch of semi-dynamisch archief (opmaak van archiefselectielijsten)
- alle soorten van archiefonderzoek op wetenschappelijke wijze te begeleiden en mondelinge en schriftelijke inlichtingen te verstrekken
- een valorisatiepolitiek voor een archiefdienst te ontwikkelen en uit te voeren, meer bepaald in het kader van een ruimer erfgoedbeleid (organiseren van educatieve en interdisciplinaire projecten) |
|---|