*I. Kernkwaliteit:Technologisch expert (Technologisch-wetenschappelijke leerlijn)
Competentiecluster: art. 58, §2, 3°
Structuurdecreet: Algemene competenties op een gevorderd niveau (ACG) en een gevorderd begrip van en inzicht in de Wetenschappelijk-disciplinaire kennis (GWDK)
De technologische leerlijn realiseert technologische en wetenschappelijke competenties
• Kennis: gevorderde ingenieurswetenschappen en gespecialiseerde opleidingsspecifieke en interdisciplinaire kennisdomeinen
• Vaardigheden: complexe praktische toepassingen
• Attitudes: professionalisme, openstaan voor interdisciplinariteit en nieuwe technologieën van morgen
Categorie Eindcompetenties van de master
1ACG De student wendt zijn/haar kennis inzake constructies, infrastructuurwerken, bouwmanagement en ingenieursvaardigheden aan in functie van complexe oplossingsstrategieën en theoretische modellen
2ACG De student is in staat om de oplossingsstrategieën die hij/zij in het domein van de bouwkunde ontwikkelt, kritisch te beschouwen en daardoor te evolueren naar meer adequate oplossingen
1GWDK De student beheerst binnen het domein van de bouwkunde de meest actuele wetenschappelijke kennis in technologische knowhow
2GWDK De student volgt de meest recente ontwikkelingen binnen de civiele technieken autonoom op
3GWDK De student realiseert door een creatieve en innovatieve aanpak een meerwaarde binnen het vakgebied van de bouwkunde ten opzichte van de bestaande technologische kennis.
4GWDK De student kan methodes en technieken van ontwerpen en onderzoek aanwenden in een context van meer geavanceerde ideeën en toepassingen in diverse bouwkundige sectoren.
Kernkwaliteit: Onderzoeker (Onderzoeksleerlijn)
Competentiecluster: art. 58, §2, 3°
Structuurdecreet: Algemene wetenschappelijke competenties op een gevorderd niveau (AWCG) en competenties nodig voor het zelfstandig kunnen verrichten van wetenschappelijk onderzoek (ZWO).
De onderzoeksleerlijn realiseert onderzoekscompetenties:
• Kennis: gevorderde onderzoeksmethodologie
• Vaardigheden: zelfstandig valide onderzoekssettings operationaliseren, evalueren en bijsturen
• Attitudes: autonome probleemoplossende en experimentele gerichtheid
Categorie Eindcompetenties van de master
1AWCG De student combineert wetenschappelijke kennis en bestaande technologie binnen het bouwkunde domein en past deze toe in nieuwe en of andere gebruikscontexten. Hij/zij is bovendien in staat zijn bijdrage te leveren in een ruimere context met een multidisciplinair karakter.
2AWCG De student bepaalt de reikwijdte van het toepassingsgebied van technologische tools en zoekt gericht naar de praktische toepassingsmogelijkheden
1ZWO De student functioneert zelfstandig op het niveau van een beginnend onderzoeker bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van een complexe wetenschappelijk/technologische probleemstelling
2ZWO De student beheerst de algemene en beroepsgerichte competenties nodig voor de zelfstandige aanwending van wetenschappelijke kennis op het niveau van een beginnend industrieel ingenieur bouwkunde en is in staat om deze competenties toe te passen in het werkveld
Kernkwaliteit: Professional (Sociaal-economische leerlijn)
Competentiecluster: art. 58, §2, 3°
Structuurdecreet: Algemene competenties op een gevorderd niveau (ACG)
• Kennis: management, economie, kwaliteitszorg, veiligheid en deontologie
• Vaardigheden: managementvaardigheden, communicatieve vaardigheden
• Attitudes: sociale, communicatieve en leidinggevende gerichtheid
Categorie Eindcompetenties van de master
3ACG De student communiceert vlot verbaal en schriftelijk over technologische probleemstellingen, ontwerpen en uitvoeringen, zowel met vakspecialisten als met leken.
4ACG De student is in staat een oordeel vormen over een technologisch probleem in een onzekere context
6SE De student is breed inzetbaar in een arbeidsorganisatie en streeft in zijn/haar aanpak van projecten naar vernieuwing
7SE De student gaat efficiënt om met deadlines
8SE De student beheerst de actuele vakterminologie in een meertalige en/of internationale context
9SE De student beschikt over sociale en communicatieve vaardigheden om een leidinggevende rol op te nemen en een team te motiveren, binnen zowel een bouwkundig gerichte omgeving als binnen een multidisciplinaire omgeving.
10SE De student kan methodes en technieken van ontwerpen en onderzoek aanwenden in de context van meer geavanceerde ideeën en toepassingen in diverse bouwkundige sectoren.
11SE De student onderkent de belangrijkste bedrijfskundige en juridische aspecten van de bouwkundig ingenieursdiscipline
Specifieke onderzoeksvaardigheden
1SOV heeft voldoende technische vaardigheden om onderzoek adequaat uit te voeren
2SOV waardeert onderzoeksliteratuur en leest veel
3SOV kan omgaan met bronnen en correct verwijzen
4SOV kan in team werken en communiceren en overleggen met collegae onderzoekers van de eigen onderzoeksgroep of andere (internationale) onderzoeksgroepen
Attitudes voor competentiebeheersing op masterniveau
A10 Reflecterend en kritisch
A11 Onderzoekend
A12 Probleemoplossend
A13 Creatief
A14 Innovatief
A15 Communicatief
A16 Teamgericht
A17 Leidinggevend
A18 Verantwoordelijkheidsgevoel
A19 Flexibel
A20 Zelfstandig
A21 Stressbestendig
A22 Leerbereid: gericht op systematische professionalisering en levenslang leren
Beheersingsniveaus van de competentieclusters in de masteropleiding
Dublindescriptor: Beheersingsniveau kwalificatie master
Niveau 1:
Kennis en inzicht: Overstijgt kennis en inzicht op bachelorniveau door uitbreiding en verdieping en kan deze aanwenden als basis om een originele bijdrage te leveren aan de ontwikkeling en/of toepassing van wetenschappelijke ideeën, al dan niet in onderzoeksverband.
Niveau 2:
Toepassen kennis en inzicht: Kan kennis en inzicht via probleemoplossend vermogen toepassen op onbekende en complexe situaties in een ruime context (binnen een specifiek vakgebied of multidisciplinair).
Niveau 3:
Oordeelsvorming: Vormt een oordeel op basis van onvolledige of beperkte informatie en houdt daarbij rekening met sociaal-maatschappelijke en ethische verantwoordelijkheden die verbonden zijn aan de toepassing van eigen kennis en inzicht.
Niveau 4:
Communicatie: Kan vlot conclusies verwoorden en verantwoorden voor een publiek van leken of specialisten.
Niveau 5:
Leervaardigheden: Beheerst de noodzakelijke zelfsturing en leervaardigheden om een vervolgstudie aan te vatten.
|