De toelatingsvoorwaarden

Om aan een van de Vlaamse hogeronderwijsopleidingen te gaan studeren, moet je aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze toelatingsvoorwaarden verschillen naargelang de opleiding.

Toelatingsvoorwaarden tot de bacheloropleidingen

Algemene toelatingsvoorwaarden

In de volgende gevallen is er sprake van een rechtstreekse toegang:

  • diploma van secundair onderwijs (Let wel, in het beroeps secundair onderwijs haalt men een diploma secundair onderwijs na het afronden van het zevende jaar)
  • vroegere diploma's van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (HOKTVL)
  • vroegere diploma's van het hoger onderwijs voor sociale promotie (HOSP), met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid (GPB),
  • buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig erkend is met secundair onderwijs, HOKTVL of HOSP

Uitzonderingen:

    • Er is een toelatingsproef voor de bacheloropleidingen in het studiegebied Geneeskunde en Tandheelkunde (meer info: http://www.ond.vlaanderen.be/arts-tandarts)
    • Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot het hoger kunstonderwijs. Het gaat om de opleidingen en opleidingsonderdelen in de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten
    • Een examen om de kennis van de onderwijstaal te testen, kan tevens als voorwaarde gelden. Meer hierover: De taalvoorwaarden.

Afwijkende toelatingsvoorwaarden

Het instellingsbestuur heeft een reglement moeten opstellen waarin de afwijkende toelatingsvoorwaarden op grond waarvan personen die niet aan algemene toelatingsvoorwaarden voldoen, ingeschreven kunnen worden voor een bacheloropleiding.

Deze afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen enkel rekening houden met volgende elementen:

  1. humanitaire redenen ;
  2. medische, psychische of sociale redenen ;
  3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze.

Deze reglementen betreffende de afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen bij de instelling worden opgevraagd.

Toelatingsvoorwaarden voor studenten reeds in het bezit van een bachelordiploma

Een student die reeds een bachelordiploma heeft, kan instromen in een andere bacheloropleiding en dan studieduurverkorting of vermindering van de voorgeschreven studieomvang verkrijgen. De student moet dan wel nog ten minste voor 60 studiepunten opleidingsonderdelen van de andere bacheloropleiding volgen.

Toelatingsvoorwaarden tot de masteropleidingen

Algemene toelatingsvoorwaarden

Het bezit van de graad van bachelor, verworven in een academische gerichte bacheloropleiding, geeft recht op een rechtstreekse toegang tot minstens een masteropleiding. Alle academisch gerichte bacheloropleidingen moeten namelijk rechtstreeks toegang geven tot minstens een masteropleiding. Dit kunnen er echter meerdere zijn.

 Andere manieren om van een bachelor door te stromen naar een master:

  • na een professioneel gerichte bacheloropleiding dient er een schakelprogramma te worden gevolgd. Een schakelprogramma omvat ten minste 45 en ten hoogste 90 studiepunten. Op basis van de resultaten van een bekwaamheidsonderzoek kan de minimumomvang worden teruggebracht tot 30 studiepunten. Indien het bekwaamheidsonderzoek ook betrekking had op de eerder verworven kwalificaties (EVK, pop up) kan de instelling het schakelprogramma nog verder terugbrengen of een volledige vrijstelling van het schakelprogramma verlenen.
  • na een bacheloropleiding met een andere kwalificatie dient er eventueel een voorbereidingsprogramma te worden gevolgd.

Een examen om de kennis van de onderwijstaal te testen, kan tevens als voorwaarde gelden. Meer hierover: De taalvoorwaarden.

Toelatingsvoorwaarden voor studenten reeds in het bezit van een masterdiploma

Ook een student die reeds een masterdiploma heeft, kan in principe instromen in een andere masteropleiding. Hier kunnen echter voorwaarden aan verbonden zijn zoals het volgen van een voorbereidingsprogramma. Indien de masteropleiding aansluit bij eerdere diploma's of reeds verworven competenties kan er echter ook sprake zijn van studieduurverkorting of vermindering van de voorgeschreven studieomvang verkregen worden.

Toelatingsvoorwaarden tot de master-na-masteropleidingen

Master-na-masteropleiding kunnen door de hogeronderwijsinstellingen enkel opengesteld worden voor personen die reeds in het bezit zijn van een diploma van masteropleiding.

De instellingen kunnen verder de rechtstreekse toelating tot een master-na-masteropleiding beperken tot afgestudeerden van masteropleidingen met specifieke opleidingskenmerken. Dan is door de instelling wel ten minste een masteropleiding aangeduid van waaruit studenten rechtstreeks toelating hebben tot die master-na-masteropleiding.  

Voor afgestudeerden van andere masteropleidingen dan deze die rechtstreeks toegang geven tot de master-na-masteropleiding, kan de instelling het volgen van een voorbereidingsprogramma als toelatingsvoorwaarde opleggen. De inhoud en studieomvang van deze voorbereidingsprogramma's wordt bepaald door de instelling en kan variëren naargelang de graad van inhoudelijke verwantschap tussen de vooropleiding en de betrokken master-na-masteropleiding.

Een examen om de kennis van de onderwijstaal te testen, kan tevens als voorwaarde gelden. Meer hierover: De taalvoorwaarden.

Toelatingsvoorwaarden tot de bachelor-na-bacheloropleidingen

De bachelor-na-bacheloropleidingen kunnen door de hogeronderwijsinstellingen enkel opengesteld worden voor personen die reeds in het bezit zijn van een diploma van een bacheloropleiding.

De instellingen kunnen verder de rechtstreekse toelating tot een bachelor-na-bacheloropleiding beperken tot afgestudeerden van bacheloropleidingen met specifieke opleidingskenmerken. Dan is door de instelling wel ten minste een bacheloropleiding aangeduid van waaruit studenten rechtstreeks toelating hebben tot die bachelor-na-bacheloropleiding.

Voor afgestudeerden van andere bacheloropleidingen dan deze die rechtstreeks toegang geven tot de bachelor-na-bacheloropleiding, kan de instelling het volgen van een voorbereidingsprogramma als toelatingsvoorwaarde opleggen. De inhoud en studieomvang van deze voorbereidingsprogramma's wordt bepaald door de instelling en kan variëren naargelang de graad van inhoudelijke verwantschap tussen de vooropleiding en de betrokken bachelor-na-bacheloropleiding.

Een examen om de kennis van de onderwijstaal te testen, kan tevens als voorwaarde gelden. Meer hierover: De taalvoorwaarden.

Toelatingsvoorwaarden tot de doctoraatsopleidingen

Algemene toelatingsvoorwaarden

Als algemene toelatingsvoorwaarde tot de doctoraatsopleiding, ook wel de voorbereiding van een doctoraatsproefschrift genoemd, geldt het bezit van een diploma van een masteropleiding.

De universiteit kan echter een bijkomend onderzoek verlangen. Hierin kan dan gepeild worden naar "de geschiktheid van de student om in de betrokken discipline wetenschappelijk onderzoek uit te voeren en de resultaten ervan in een proefschrift neer te leggen".

Afwijkende toelatingsvoorwaarden

Ook een student die niet in het bezit is van een masterdiploma kan toegelaten worden tot een doctoraatsopleiding.
De universiteit kan dan echter verlangen dat de student:

  • ofwel een bekwaamheidsonderzoek ondergaat waarin kan gepeild worden naar de geschiktheid voor het opstellen van een doctoraatsproefschrift,
  • ofwel een examen aflegt over door de universiteit te bepalen onderdelen van het academisch onderwijs.

Een examen om de kennis van de onderwijstaal te testen, kan tevens als voorwaarde gelden. Meer hierover: De taalvoorwaarden.

Toelatingsvoorwaarden met een buitenlands diploma

Toegang tot een bacheloropleiding (met een buitenlands diploma)

De algemene toelatingsvoorwaarde tot het hoger onderwijs in Vlaanderen is het Vlaamse diploma van secundair onderwijs.
Een buitenlands diploma kan door de administratie Secundair Onderwijs van het departement Onderwijs als gelijkwaardig worden verklaard na een erkenningonderzoek.
In vele gevallen hoeft zo een officiële erkenning echter niet.

De Conventie van de Raad van Europa (nr. 15) d.d. 11 december 1953 bepaalt namelijk dat wie een algemene toegang heeft tot het universitair onderwijs in het uitzendende land ook toegang heeft tot het hoger onderwijs van het gastland.

De Lisbon Recognition Convention d.d. 11 april 1997 van de Raad van Europa en UNESCO bevestigt dit principe en voegt er aan toe dat slechts substantiële verschillen tussen de buitenlandse diploma's en de eigen diploma's aanleiding mogen geven tot een niet volledige erkenning.

Het Vlaamse Structuurdecreet van 4 april 2003 (artikel 65) heeft het principe van de
Conventie nr. 15 uitgebreid naar andere landen die de Conventie nr. 15 niet ratificeerden of die niet tot de Europese regio behoren. De toegang is dan echter niet meer afdwingend: het instellingsbestuur kan de student toelaten.

Daarenboven kan het Vlaams instellingsbestuur afwijkende toelatingsvoorwaarden opstellen op grond waarvan personen die niet aan de hierboven vermelde voorwaarden voldoen, toch kunnen worden ingeschreven voor een bacheloropleiding.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden moeten wel gebaseerd zijn op:

  • humanitaire redenen;
  • medische, psychische of sociale redenen;
  • het algemene kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de student.

Uiteraard dienen ook houders van een buitenlands diploma te slagen in de toelatingsexamens voor arts/tandarts en een artistieke toelatingsproef afleggen voor kunstopleidingen.
Het toelatingsexamen voor arts/tandarts wordt georganiseerd door de administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek. De artistieke toelatingsproeven worden georganiseerd door de hogescholen zelf.

Vlaamse instellingsbesturen kunnen ook het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.

Houders van een buitenlands hoger onderwijsdiploma of een getuigschrift van een buitenlandse studieperiode hoger onderwijs kunnen instromen in een bacheloropleiding. Het Vlaamse instellingsbestuur kan vrijstellingen en dus studieomvangverkorting verlenen.

Toegang tot een masteropleiding (met een buitenlands diploma)

Houders van een buitenlands hoger onderwijsdiploma hebben ofwel rechtsreeks toegang tot een Vlaamse masteropleiding ofwel via een voorbereidingsprogramma.

De Vlaamse instellingsbesturen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis.

Bijzonder is het feit dat houders van een buitenlands diploma die instromen in de Vlaamse masteropleiding geneeskunde en tandheelkunde ook nog dienen te slagen in de toelatingsexamens voor arts & tandarts. Het toelatingsexamen voor arts & tandarts wordt georganiseerd door de administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek.

Toegang tot een master na masteropleiding (met een buitenlands diploma)

Houders van een buitenlands hoger onderwijsdiploma hebben ofwel rechtsreeks toegang tot een Vlaamse masteropleiding na masteropleiding ofwel via een voorbereidingsprogramma.

De Vlaamse instellingsbesturen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis.

Toegang tot een bachelor na bacheloropleiding (met een buitenlands diploma)

Houders van een buitenlands hogeronderwijsdiploma hebben ofwel rechtsreeks toegang tot een Vlaamse bachelor na bacheloropleiding ofwel via een voorbereidingsprogramma.

De Vlaamse instellingsbesturen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis.

Toegang tot het doctoraat (met een buitenlands diploma)

Houders van een buitenlands hoger onderwijsdiploma hebben ofwel rechtsreeks toegang tot het Vlaamse doctoraat ofwel via een geschiktheidonderzoek ofwel via een academisch examen.
Het zijn de Vlaamse universiteiten die het geschiktheidonderzoek en het academisch examen organiseren.

De taalvoorwaarden

Opleidingen met als onderwijstaal het Nederlands

De hogeronderwijsinstellingen kunnen de toelating tot de eerste inschrijving voor een opleiding of een opleidingsonderdeel afhankelijk maken van het bewijs dat de student:

  • geslaagd is voor een toets over de voldoende kennis van het Nederlands, of
  • ten minste een leerjaar in het Nederlandstalig secundair onderwijs met vrucht heeft voltooid, of
  • geslaagd is verklaard voor een opleiding, of een of meerdere opleidingsonderdelen, met een totale studieomvang van ten minste 60 studiepunten in het Nederlandstalig hoger onderwijs.

Opleidingen met als onderwijstaal een andere taal dan het Nederlands

De hogeronderwijsinstellingen kunnen de toelating tot de eerste inschrijving voor een in een andere taal dan het Nederlands aangeboden opleiding of opleidingsonderdeel afhankelijk stellen van een toets over de voldoende kennis van de gebruikte onderwijstaal.